Giro d’Italia #3

Waar we gebleven waren? In de trein van Milaan naar Genova, aan het einde van de avond van 3 maart jongstbelegen:

Enige vertraging daargelaten arriveerde ik om 11 uur des avonds terug in Genua. Ik wandelde mijzelf een weg naar het huis van Alessandro. Zulks betrof een alleszins bezienswaardige route door het oude centrum, over wat in een kleiner formaat door zou kunnen gaan voor kinderkopjes. Hier eerder walvisruggen, mede dankzij de miezerregen die de stad vakkundig had besprenkeld gedurende mijn middagse afwezigheid ter plaatse. Mijn rolkoffertje stuiterde al kletterend door de even smalle als gehorige straten van het oude centrum, zo’n 20 minuten lang.

Eenmaal ter plaatse volgde een kennismaking, een stuk cake en een glas bier, gevolgd door het uitvouwen van een bedbank in de slaapkamer. Het was al laat en zou volgende ochtend weer vroeg morgen worden, dus basta met de geit.

<Slaap></Slaap>

In overleg had zowel Alessandro als ikzelf de wekker afgestemd op 7 uur des ochtends. Na onnodig te specificeren ochtendformaliteiten, trokken we om kwart voor acht de voordeur achter ons dicht om vervolgens een extern ontbijt te scoren. Naar Italiaans gebruik, bedroeg zulks een kopjen koffie, met een zoet ende plakkerig nevenelement van bijkans onduidelijke allure. We knoopten een praatje aan met de bijzonder goed aanschouwbare dame achter de bar. Leuk hoe Italianen hun middenstandsburen een stuk beter lijken te kennen dan wij Nederlanders. Zou buiten de deur ontbijten daartoe de sleutel zijn?

Hafijn, met het ontbijt achter de kiezen kozen wij in verschillende richtingen het hazepad. Alessandro naar zijn werk, ik naar de stadsbibliotheek. Die opende zjuust precies zijn (m/v) deuren terwijl ik aan kwam lopen. Een fijn gevalletje timing.

PHOTOLOGIX_Bieb_Genova

De bieb waarvan sprake

Het hele boekengebeuren maakte een wat stoffige indruk. Ik realiseerde me dat ik in Nederland amper ooit nog in de bibliotheek te vinden ben. Wat kun je nou in een bibliotheek vinden dat je niet binnen 10 seconden online kan achterhalen. Of denk ik dan te kennis- en competentiegericht. Hoe dan ook, ik koos net als een gehele bups overige jonge bibliotheekbezoekers een plek achter een der bureaus. To do: uitschrijven van ’s gisterens interview. Ik begon met het bekijken van de weinige foto’s die ik na het vraaggesprek wist te scoren. Een exemplaar daarvan is bijzonder gaaf en zie ik graag nog eens op een complete pagina terug in NRC Next of een van de grote Nederlandse weekbladen.

Ik typte van een uur of 9 tot tegen elven. Daarna leek het me een goed idee om wat door de stad te wandelen om op een later tijdstip de draad weer op te pakken. Aldus zette ik koers naar het oosten, alwaar ik de zogenoemde Orientaalse Markt poogde te localiseren. Die overigens haar naam volledig dankt aan het feit dat hij/zij gelegen is in het oostelijk gedeelte van de stad. Niks van doen met Turkse of Indiase produtti, ook al zou de naam dat mogelijk doen vermoeden.

Mooi om daar rond te lopen en na te denken over de Italiaanse liefde voor eten. Die zie je onherroepelijk terug in de rijkdom aan ingredienten en geuren op zo’n markt. Hoe fijn. En hoe schril steken daar de Britse supermarkten tegen af. Om nog maar te zwijgen van de McDonaldsen van deze wereld. Dat Italianen een ruzie niet moeien als het gaat om de juiste ingredienten en bereidingswijze van hun favoriete gerechten, is in dat kader eerder welkom dan belachelijk. Bovendien: in Italie is voedsel nog voedsel dat ergens vandaan komt. Van een koe bijvoorbeeld. Of van een weiland. Of uit een kip. In plaats van een plastic pot of een magnetron

Het kon niet anders of er moest in de directe omgeving van deze markt een heel lekker restaurant zitten alwaar ik mij aan een lunch zou kunnen verkneukelen. En inderdaad, een straat en een half verderop kon ik mijn voor Noord-Europese begrippen schampere ontbijt aanvullen met een copieuze lunch. En een proefje draaien voor een nieuw schrijfconceptje: ergens, gewoon irgentwo, gaan zitten en dan een uur lang kijken wat er gebeurt en dat opschrijven. Een mooie oefenening, zoals fotografie dat meestal ook blijkt te zijn. Praktische meditatie ofzo. Ook de snelwegportretten passen keurig in deze filosofie. Een snelweg is een mooi voorbeeld van alles is alles: in de hectiek van doorgaande beweging zit een onderlaag van rust en regelmaat. Een zichzelf steeds op grotendeels voorspelbare wijzen herproduceren van een ultiem tijdelijke status quo.

Alora. Mij werd te verstaan gegeven dat het restaurant pas om 12u zou openen. 10 Minuten later dan het op dat moment was. Maar dat ik wel alvast een plekje mocht uitkiezen en wat te drinken kon bestellen. Met bovenstaand project in het achterhoofd, nam ik mijn opschrijfboekje en noteerde alles wat zich de komende twee uur zoal aan mijn ogen voltrok. Behalve dat het restaurant na 12u volliep met een allegaartje aan divers pluimage (goed gezien, oplettende lezer – een driedubbel pleonasme!), zal ik mijn overige observaties bewaren voor een geschikt moment in de toekomst. Zo voorkom ik mezelf te hoeven gaan plagieren en stel ik U in de gelegenheid om naar alle vreugd leuke vervolglectuur te anticiperen.

Ik verliet het eethuisje met een volle maag en een niet te negeren drang om wat slaap in te halen. De volgende tussenstop zou daarom idealiter een park of groot monument zijn. Het werd dat laatste. Op het Piazza Giacomo Matteotti vond ik een mooi plekje in de zon en uit de wind. Ik was ruimschoots niet de enige, maar dat maakte de pret eerder groter dan kleiner. Terwijl op het schoolplein lager tikkertje werd gespeeld door lokale jeugd, deed ik een dutje op een verhoogd stuk marmer. Binnen een half uur, of laat t een uur geweest zijn. Of anderhalf, peu importe, was ik weer geheel en al het mannetje. Tijd om verder te wandelen, op zoek naar een cafe met draadloos internet.

En laat dat nou juist in Italië een hele uitdaging zijn… Mensvolk gaat hier over het algemeen niet naar cafes om te zitten. Dat is alvast een ding. Tweedens: er bestaat hier nogal wat overdreven angst voor het gebruik van internet voor het ondernemen van terroristische activiteit. Zodat je in internetcafes meestal je paspoort moet laten scannen. Ook elders zijn constructies bedacht die publieke internettoegang de-anonomiseren, binnen die context zul je hier niet snel een (overigens wereld-)locatie als het Haagse Crunchcafe tegenkomen. Dikke fuck you trouwens voor al die stedelijke WIFI netwerken waar je niet gratis op kunt, ook in Nederland. Maak er dan ook geen reclame voor.

PHOTOLOGIX_Genova_rondlopen

Rondwandelfragment

Terug naar de bieb maar weer. Andere afdeling, zelfde recept. Veel studenten. Voor Italie verrassend rustig, niemand die een woord hardop durft te spreken. Ik nam mijn eigen schrijven nog een paar keer onder de loep. Schaafde er wat aan, links en rechts. Tot het ineens alweer bijna 6 uur geworden bleek te zijn.

Ik had om half 7 weer met Alessandro afgesproken. We zouden om 8u met een groep Couchsurfers bij iemand thuis gaan eten en ik had beloofd wat lekkers mee te nemen. Van de bieb wandelde ik weer naar de Orientaalse markt om kaas in te slaan. Drie verschillende soorten. Allemaal geel, waarvan eentje oud en droog, eentje creme-achtig en zacht en eentje daar tussenin.

Op de terugweg bekeek ik bij de plaatselijke FNAC nog kort een foto-expositie over het middelverre oosten (tussen de Kaukasus en Mongolië via Afghanistan, zoiets). Om strikt half 7 trof ik Alessandro op de stipt afgesproken plein. Goed zo. Niks geen Italiaans gedoe. Na een kort aperitief in een naburige bar en enkele korte wissewasjes bij Alessandro thuis, namen we de auto naar een ander deel van de stad. Onderweg haalden we drie andere Couchsurfers op: een Engelse jongedame met Italiaanse haircoupe, een negroïde Floridiaanse en een oude sigaarroker van klaarblijkelijk Italiaanse nationaliteit. Samen reden we naar het apartement van een nader te leren kennen Hongaar.

In diens huis hadden zich voor ons arriveren al de nodige anderen verzameld. Veelal Italianen, maar ook een Zweedse. De voertaal was meest Italiaans, waardoor ik het meeste aansluiting vond bij eerdergenoemde Engelse en Floridiaanse. Entretemps verscheen van alles lekkeres ter tafele: wijn, ingemaakte ansjovis, inktvis, paddestoelen. Mijn drie kazen. Met de Engelse (Robyn) besprak ik de evidente verschillen tussen de Britse en Italiaanse benadering van voedsel. Onze visie hierop bleek grondig overeen te stemmen. Ik kreeg in reactie mooie verhalen over haar Italiaanse schoonmoeder – en huisgenote, hoe kan het ook anders – uit Puglia in Zuid-Oost Italië. Nergens in het land wordt zo veel, zo vaak gegeten en zo uitgebreid gegeten als daar. Zeggen dat je genoeg hebt, schijnt er een grove belediging van je gastheer-/vrouw te zijn.

Naarmate de maaltijd voortkabbelde, ontstond er ook nog sprake van ravioli met walnotensaus, gulash met rijst, nog wat wijn, grappa, appeltaart, kastanjetaart en allemaal andere zaken die je zo gek niet kunt bedenken. Vanuit het raam, want op de twaalfde verdieping in een ietwat dubieus stadsdistrict, hadden we bovendien een heel mooi uitzicht op de Genovese tippelzone. Hoogtepunt van de zich daar afspelende taferen was een zilvergrijze auto met drie mannelijke individuen die achtereenvolgens een van de dames waarvan kwestie was, gebruikten. Wat je een leuk avondje uit noemt. En dikke loser die je bent, als je als laatste van de drie mag, maar goed, misschien dat zulks op dit niveau niet uitmaakt.

Oja, vergeten te vertellen: tussen de ravioli en de gulash was het licht uitgevallen. Een paar keer lukte het om dat te herstellen, daarna bleef het zeker twee uur donker. We aten bij het licht van mobiele telefoons, want kaarsen waren niet voorhanden. Na twaalven was het euvel verholpen. Geen idee door wat of wie.

Tussentijdse gesprekken gingen over voetbal en daarover schenen binnen het gezelschap nogal sterke en uiteenlopende gedachten te bestaan. Een Napolitaan, aan zijn manier van spreken en bewegen ook duidelijk als zodanig herkenbaar, vertelde met afkeer over de supporters van Genova. Waarop Robyn een leuke anekdote wist te vertellen, namelijk als volgt: ze werkt in een kinderopvang en er was daar een zesjarig meisje naar haar toegekomen die vertelde dat ze een leuk vriendje voor haar (= Robyn) had gevonden. “Maar je hebt m’n vriendje toch al eens gezien?”, had Robyn toen teruggevraagd. Om vervolgens als antwoord te krijgen: “Ja maar dat is een Dorian”. Ik zal m even uitleggen: dat is een supporter van Sampdoria, naast Genova het tweede team uit de stad. En dat zesjarige meisje vond het blijkbaar niet kunnen en dat is best bijdehand voor een zesjarig meisje.

Als U m inmiddels goed snapt maar niet leuk vindt, dan kan ik mij daar in vinden. U had er bij geweest moeten zijn, zelfs als was ik er zelf niet bij. In ieder geval is het vanuit cultureel-antropologisch opzicht een heel interessant voorbeeld van programmering en hoe die zijn weg naar jongere generaties naadloos weet te vinden.

Om een uur of 1 des ochtends begonnen diverse groepen zich langzaamaan huiswaarts te begeven. In Italië betekent dat zoveel als dat de eerste persoon zich een ongeveer een uur later uit een gezelschap weet los te maken. Zoals in Nederland bij afscheiden vaak een extra-verlengd doe-h-oei te horen is, zo dompelen Italianen zich onder in een afwisselende opeenvolging van ciao’s en va-benes. Best lastig nog, om in zo’n internationale context iedereen passend te begroeten. Huggen, zoenen, links eerst, rechts eerst, een hand of nog een andere er overheen ter bevestiging van gerealiseerde fundamenten van een vriendschap…

Wat volgde was een lange rit door een berg straten rondom het station Brignole. De Zweedse, een Italiaanse kloon van @kruithoph en een Italiaanse reden met ons mee en bleifden klaarblijkelijk voor hun deur afgezet te worden. Onafhankelijk van hoeveel incrementele moeite dat kostte ten opzichte van een dropping op station Brignole, dat enkele straten van de betreffende afleveradressen gelegen lag, maar per auto alleen via een ingewikkelde sequentie van manoeuvres en tijdsverstrijking. Ik hing wat halfgaar in de bijrijdersstoel ter anticipatie van onze thuiskomst.

Aldaar bestond ons gezelschap nog uit drie zielen: Alessandro, Simona en ondervertekende. Ik nam mijn positie op de slaapbank in, liet de boel de boel, en hoopte dat de nachtrust voor een goede digestie van het totmijgenomene zou zorgen.

| En voor wie van U er maar geen genoeg van kan krijgen, morgen nog een aflevering. Hij is al af en voor U als liefhebbend letterverslinder wordt het weer lachen-leren-smullen geblazen! |

Advertenties

Over Bruno van den Elshout

Kunstenaar en strategisch conceptontwikkelaar
Dit bericht werd geplaatst in Nieuws, Op reis (of: ~ geweest) en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s