Reisverslag Over Eb en Over Vloed

Ik merk dat ik al een paar dagen stiller ben. Rustiger. Bewuste en onbewuste voorbereiding blijkbaar op het avontuur dat komen gaat. Vertraging, geleidelijk.  Een tijdreis van 24 uur, te volbrengen aan de vloedlijn. Op de avond die aan de reis voorafgaat, breng ik bezoeken aan Nathaliëtte Blok, van wie ik een regenpak mag lenen. Aan mijn opa en oma, die mij vroeger aan de hand meenamen naar duinen en strand. Vaak nog voor de zon opkwam. Ook bezoek ik mijn ouders om een visparaplu te bemachtigen. Er is regen voorspeld en voorzorgsmaatregelen lijken wenselijk.

Na het avondeten vertrekt Sanne voor haar wekelijkse koorrepetitie. Samen met Lasse doe ik de laatste inkopen. 4 stukken Ritterchocolade en een brood, ongesneden. Lasse wil de chocola graag voorproeven, maar daar is de hoeveelheid niet op bemeten. Hij neemt genoegen met de belofte dat hij morgen een stukje zal krijgen, wanneer hij ons met zijn oma/mijn schoonmoeder komt bezoeken. Bij wie ik op de valreep nog een vuurkorf scoor die ik op de fiets aan de hand meevervoer naar huis.

Nadat ik Lasse om bed leg, verzamel ik de spullen die ik voor mijn tijdreis nodig ga hebben en trek ik mijn eerste lagen kleding aan. Onderbroek, wielrennersbroekje en een lange thermo-onderbroek die ik gekocht had voor de Wilde Rit: van Den Haag naar Den Helder over het strand met de vrienden van Lola Bikes & Coffee, terug in februari. Het aerothermische gatenhemd, dat ik tijdens mijn Europareis in Estland kocht alvorens koers te zetten richting Fins Lapland. Thermosokken en nog een extra paar erover heen. Een T-shirt met lange mouwen en het jaar 1989 als opschrift. Het jaar dat alles anders werd. Een jaar van Hoop, waarvan een goed deel sindsdien verkwanseld is. Eroverheen een blauw gearceerde fleecetrui die tot dusverre nog vrij herinneringsloos is. Ik trek de schoenen aan die ik zelf mocht ontwerpen toen ik bij Cowork Company werkte, die geel-paarse weet je nog. Lang geleden alweer, maar een belangrijke tijd in de aanloop naar het hier en nu. En mijn muts met de vlag van Zuid-Afrika waar ik al zo vaak om uitgelachen ben. Het geheel wordt afgemaakt door een ski-jas die ik eens verloot kreeg tijdens een avond bij een van mijn eerste werkgevers: fotohandel Focus, in de tijd dat parttimers daar nog ‘Focuszonen’ heetten.

Ook in mijn tas: twee kruiken, meegekregen van opa en oma. Vroeger sliep ik ermee als ik bij ze logeerde. Nadat ik eerst naar eindeloze kaboutersprookjes had geluisterd. Ik wikkel ze in een warme trui en schuif die in mijn backpack. Oja, de backpack die ik van mijn ouders kreeg toen ik afstudeerde en sindsdien alle uithoeken van Europa gezien heeft. Ze wisten niet wat ze teweegbrachten, toen ze hem me cadeau deden. Op de achterkant staat in legerletters: VAN DEN ELSHOUT, een badge van mijn broertje uit de tijd dat hij bij de marechaussee werkte. En aan de backpack is onlosmakelijk het belletje verbonden dat ik in Bulgarije kocht als melodisch gezelschap. Zo kon ik in iedere trein in slaap vallen zonder me zorgen te maken om mijn tas. Hij hoefde maar met een vinger aangeraakt worden, of het belletje kwam genadeloos in actie. En zo had het belletje nog allerlei andere mooie bijkomstigheden waarover ik in deze context niet zal uitwijden. Ik stap onder de douche.

Rond elven komt Sanne terug thuis. Ik heb mijn rode drinkflessen al uitgekookt en gevuld, net als de thermosflessen en het dopperflesje. 3 Liter koud water en nog eens 3 liter warm water, dat moet genoeg zijn. De backpack is systematisch ingepakt.. Via Facebook verneem ik dat reisgenote Lie van Schelven hout mee zal brengen voor het vuur. In de wetenschap dat de uitrusting daarmee compleet is, trek ik twee extra lagen kleding aan en kus Sanne gedag. De dag van mijn tijdreis is voor haar de eerste dag op haar nieuwe werk. We hebben afgesproken aan elkaar te denken, omdat we niet weten of onze wegen tijdens het verloop van de dag zullen kunnen gaan kruisen.

Ik ben veel te warm aangekleed, veel te bepakt en te bezakt om zelfs maar fatsoenlijk rechtdoor te fietsen. Het behoeft geen vermelding dat het donker is op straat. Ook is het dampig en stil. Geen avond om de straat op te gaan als je er niet hoeft te zijn. Ik moet er wel zijn. Want om middernacht wacht het strand.

Ik parkeer mijn fiets aan de rand van de duinen, waar ik heb afgesproken Lie te treffen. Met haar heb ik dit plan een paar weken eerder bedacht. Of eigenlijk is het simpelweg ontstaan. Met Lie exploreer ik al geruime tijd het karakter en de belofte van de horizon. Een paar weken geleden troffen wij elkaar in strandtent De Kwartel: een bijeenkomst die wij afrondden door nog even naar de waterlijn te lopen. Ik hoorde Lie zeggen: “Ik kan hier heel lang naar kijken”. Ik vroeg me direct af hoe lang heel lang was, en hoe lang ik zelf zou kunnen kijken. Vast behoorlijk lang, als ik het op dat moment zelf niet al een paar uur lang best koud had gehad. Maar op kou kun je je kleden. Hoe lang zou ik naar de zee kunnen kijken? Zou ik dat een etmaal lang kunnen? Ik vroeg Lie of het haar wat leek: een dag lang naar de horizon kijken. 24 uur. Het ontmoedigde haar geenszins en een paar minuten later kwam het er alleen nog op aan wanneer we het zouden gaan doen.

Bij Nieuwe Maan leek mij geschikt. Bij onbewolkt weer is dat het enige moment dat het ’s nachts echt donker is op het strand. Bij andere maanstanden, en met bewolking sowieso, wordt het wel aardig donker, maar nooit echt diep donker. Wist ik nog, van het hardlopen vroeger, wanneer ik me verbaasde over de donkerheid van de horizon. 10 april zou het worden, de eerste Nieuwe Maan sinds het idee ontstond. En ook nog eens een woensdag, zodat mensen die mee wilden doen er ook daadwerkelijk voor moesten kiezen. Een vrije dag nemen om te kiezen voor rust en ruimte. Mensen uitnodigen om de keuze te ervaren, om overvloed te ervaren door ervoor te kiezen. Overvloed aan rust en ruimte. Of overvloed tout court.

Ik neem plaats onder een lantaarnpaal, zittend tegen mijn tas. Ik heb geen horloge en weet niet hoe laat het is. Geen telefoon ook, dus alles wat ik hoef te doen is wachten tot Lie met de Volkswagenbus aan komt rijden. Er gebeurt niks. Ik wacht en realiseer me dat dit wachten niks is vergeleken bij het wachten waar ik op wacht. Nu nog wacht ik op iets dat gebeurt, straks is er geen wachtobject. Dan is het wachten in het wilde weg. In de verte nadert een auto, die uiteindelijk verdwijnt in een oprijlaan van een huis schuin tegenover. Kort daarna zie ik op de eerste etage van het huis een vrouw een sigaret zie opsteken in haar slaapkamer. Zo ziet het er althans uit. Het lijkt me niks. Dan hoor ik een paar straten verderop een zwaarder geluid dan dat van een personenauto. Gevolgd door een lichtbundel. Dat moet Lie zijn. Nadat de bus in het zicht verschijnt, denk ik me nog even vergist te hebben, maar inderdaad, daar is ze.

We begroeten elkaar en zijn ons bewust van de bijzonderheid van dit avontuur. We rangschikken onze besognes en lopen met onze fietsen door de donkere duinen. Na een korte klim toont zich het schouwspel waarvoor we zijn gekomen: het zicht op de horizon. Bovenaan de trap van Strandslag 9 parkeren we onze fietsen. Bij Strandtent De Kwartel is het al donker. Geen tekenen van leven op dit nachtelijke uur. Er staat amper wind. Het is wel bewolkt, maar het zicht is helder en ver. Kijkduin en Scheveningen zijn duidelijk gemarkeerd en ook aan de horizon voltrekt zich het een en ander. Bakens en schepen, hier en daar een knipperlicht. En het is verrassend licht, lichter zelfs dan me lief is, en drukker ook, op een bepaalde manier.

Het is eb en de zee heeft zich ver teruggetrokken. Ongeveer halverwege duinen en zee vindt Lie dat we de juiste plek te pakken hebben. We klappen de stoelen die Lie heeft meegebracht uit, installeren de visparaplu en parkeren er onze spullen onder: mijn backpack, een vuilniszak met hout en nog wat klein materieel van divers allooi. We stichten het vuur vlak achter ons: uit het zicht en zodanig dat de wind de warmte naar ons toeblaast. Met het risico ons in the process ook aan te steken, wat nog wel even een aandachtspuntje is. Terwijl ik me installeer, begroet Lie de windrichtingen. Een procedure waar ik niet bekend mee ben, maar die in deze context geenszins vreemd overkomt. Daarna installeert ook Lie zich en wordt het langzaam stil. We eten een stuk chocola en vertrekken op reis.

Ik kijk in de verte, waar het donker is. We zitten aan de rand van een mui, waarna een zandbank ons scheidt van de binnenrollende golven. Hoewel, bij gebrek aan perspectivisch referentiekader zie ik golven als willekeurig openen en sluiten. Witte schuimkoppen die vanuit het niets ontstaan en van daar uit naar twee kanten opzij bewegen. Ze scheuren de donkerte van de zee open, waarna het weer donker wordt. Steeds opnieuw. Lie zit nog steeds naast mij, maar ik zie weinig anders dan een donkere schim, af en toe aangelicht door het flakkerende vuurtje achter ons.

Wanneer we zo’n anderhalf uur onderweg zijn, is het tijd voor Lie om de reis te onderbreken. Zoals van tevoren afgesproken ook. Haar stoel blijft achter, net als het vuur en ik. We begroeten elkaar tot weerziens, ergens verderop op het avontuur. Ik maak van de kort doorbroken stilte gebruik om twee extra lagen kleding aan te trekken, en mijn schoenen te bedekken. De kou begint al aardig binnen te trekken, ook door de wind die zich af en toe laat voelen. Van het koude zand probeer ik een muurtje om het vuur aan te leggen, zodat het licht niet over het zand voor me schijnt. Zodat ik beter in de duisternis kan turen.

Naarmate de tijd verstrijkt, word ik wat slaperig. Niet gek, meestal lig ik voor elf uur in bed. Toch is het te koud om uitgebreid in slaap te vallen. Bovendien zit ik in mijn eentje in het donker. Niet ver van de bewoonde wereld, maar toch. Zichtbaar en kwetsbaar op een stoeltje, niet wetend wie of wat er ’s nachts aan volk op het strand ronddoolt en wat daartegen te beginnen. Het komt aan op vertrouwen, zoveel is duidelijk. Het lukt goed, al ontkom ik er niet aan af en toe om me heen te kijken wanneer ik iets anders hoor – of denk te horen – dan omklappende golven.

Ik zie de horizons van Sugimoto. Donker, maar mijn ogen beginnen eraan te wennen. Ik zie nu eerst een donkere streep alvorens zich een witte golf aandient. Ik denk aan de quote van Antoine de Saint-Exupery die over ‘nacht’ gaat. ‘Night, the beloved. Night, when words fade and things come alive. When the destructive analysis of day is done, and all that is truly important becomes whole and sound again. When man reassembles his fragmentary self and grows with the calm of a tree.” En ook een eerdere die ik leerde kennen in voorbereiding op mijn Europareis in 2007: ‘And, when you want something, all the universe conspires in helping you to achieve it’, van Paulo Coelho.

NEW HORIZON #3121

NEW HORIZON #3121

Tijdens mijn gedachten raak ik verrast wanneer ik het geluid van een vollopende badkuip denk te horen. Het is het opkomende water dat rondom de zandplaat de mui inloopt. Eerst langzaam, dan snel, net zo lang tot de mui verandert in een meer. Eerst nog los van de zee, maar kort nadat de eerste golven over de zandbank heenrollen, zit ik ineens in de waterlinie. Niet wetend hoe ver de vloed zal oprukken, klim ik uit mijn stoel om alle spullen 15 meter naar achteren te verplaatsen. Met de stoelen wacht ik nog even. Als die met hun voeten in het water komen te staan, is er geen man overboord.

Verbaasd ben ik wanneer de opperste vloed precies tot aan mijn voeten reikt. Voor de zekerheid til ik ze een paar keer op, maar zo woelig als de nabijgekomen zee te keer gaat in de mui, zo mak stranden de golven voor mijn voeten tot het water zich langzaam weer terugtrekt. Het gevaar is geweken. De rust keert langzaam weer en er ontstaat weer ruimte tussen mijn voeten en de zee. Kort schrik ik wanneer nog eens een uur later een hardloper in die spaarzame ruimte opduikt zonder vooraf op mijn radar te zijn verschenen. Zo snel als ik hem waarneem, is hij ook weer verdwenen, langer dan 20 meter heb ik hem niet in het zicht.

Nog wat later zie ik, wederom van rechts, een aantal zwakke lichtjes ie ik niet kan plaatsen. Het begint mistig te worden. Vier lichtjes. Twee deinen zacht maar lijken wel dichterbij te komen. Nog twee anderen bewegen in onvoorspelbaar patroon naar links en rechts en dan weer niet. Ik vraag me af waar ik mee van doen heb. Een bijzonder voorwerp of misschien twee mensen die met een zaklamp over het strand schijnen? Ik gniffel wanneer ik uitvind dat het twee individuen zijn die de duisternis tegemoet treden met een fietslichtje aan hun arm. Nog twee lichtjes hebben zij aan hun honden gehangen en zie daar de verklaring voor de atypische lichtshow in de verte. Nu ze dichterbij komen, hoor ik ook hun stemmen. Een man en een vrouw. De vrouw scheldt op een van de honden wanneer ze mij passeren. Dat zou je niet verwachten, van mensen die zo gedisciplineerd zijn om heel vroeg op te staan om hun honden uit te laten. Dat ze zich zo onpedagogisch gedragen jegens hun huisdieren.

Hoe dan ook, de mist lijkt het over te nemen van de duisternis en zo wordt het langzaam dag. De zee trekt zich nog verder terug. Een kort moment nemen drie strandlopertjes de zandbank in, totdat die definitief opdroogt. Langzaam krijgt alles z’n kleur terug. Vogels beginnen zich te roeren: meeuwen, een paar kraaien, een aalscholver. Een hardloper passeert, de visparaplu wordt groen en het zand blauw. Om nog later later een steeds herkenbaardere kleur aan te nemen. Geelgrijs. Heel fijn, al merk ik tegelijkertijd dat ik aardig afgekoeld begin te raken. Ik weet dat Marc me vanaf zonsopkomst komt vergezellen en dat biedt wat houvast voor de toekomst. Ik breek een stuk chocola aan, drink wat warm water, haal de bagage terug bij de stoel en begin vervolgens rondjes om het geheel heen te wandelen. Rond en rond, nog een keer en nog een keer, net zo lang tot Marc zich aandient – zo is het plan. Maar Marc dient zich niet aan. Ik kijk naar het vuur en zie het langzaam doven. Dan moet dat het eindpunt maar zijn van mijn rondgewandel.

Licht opgewarmd neem ik mijn plaats terug in en een weinig later zie ik Marc aan komen lopen als ik omkijk. Gezelschap! Dat betekent dat het ongeveer 7 uur moet zijn, heel precies heb ik het van tevoren niet onthouden. Een nieuwe fase is aangebroken. Verrast ben ik als in Marcs kielzog ook Nathaliette zich meldt, de uitleenster van het regenpak. Er ontstaat wat gesprek maar ik heb moeite er goed aan deel te nemen. Ik luister maar zeg weinig en kijk in de verte en blijf dat doen nadat Nathaliette aan haar werkdag begint. En gaandeweg wordt de wereld steeds kleiner. Mist neemt bezit van het strand en het lijkt alsof we in een verlichte koepel zitten. Achter ons is de duinrand aan ons zicht onttrokken en ook de zee is amper nog zichtbaar. Doordat het eb geworden is, passeren voorbijgangers op grotere afstand, vlak langs het water. Als schimmen, silhouetten. Anoniem en onherkenbaar. Soms met hond, soms zonder. In de lucht horen we vogels, die we soms net wel te zien zijn en vaak net niet.

En kijk, daar is Lie weer. Ze heeft goed geslapen en in goede vorm om de reis te hervatten. Voor ze haar stoel inneemt, doet ze op twee plekken aan de waterlijn een aantal oefeningen die ik vagelijk als Tai Chi herken. Ik weet niet wat het allemaal precies betekent, maar als ochtendgymnastiek lijkt het me zovast een aardig verzetje voor het betere zitwerk, waar ze zich nadien aan wijdt. Er worden wat woorden gewisseld, maar in veel rust. De mist dempt onze stemmen. We kijken goed en laten de oneindigheid op ons inwerken. Een oneindigheid die opvallend dichtbij komt met al die mist. Zo dichtbij, dat er momenten zijn dat ik kleurverschillen op de randen van de zandbank soms voor golven begin aan te zien.

Misty Horizons, filmpje van Marc Verheij

Misty Horizons, filmpje van Marc Verheij

Nadat we een tijdje met z’n drieën naast elkaar zitten, krijgt Marc het koud. Hij vertrekt voor een wandeling. Binnen een paar stappen is hij uit zicht, ergens in een andere lichtkoepel, synchroon aan de onze. Nog tijdens zijn wandeling, begint de wereld zich alweer te verruimen. Het is echt vet eb, wat betekent dat het in de tussentijd al zo’n 11 uur moet zijn. Uit de mui voor de zandbank stroomt nog steeds water weg. Er is een veelheid van tekeningen ontstaan die elk op hun eigen manier wel iets weg hebben van de Nijldelta zoals die er in een atlas uitziet, maar dan omgekeerd. Enfin, je had er bij geweest moeten zijn. Net als bij het gesprek met een toevallige passant, die op zijn knieën in het zand vertelde over zijn nieuwe papier-maché hobby nadat hij jaren als iets anders had gewerkt.

Wanneer ik weer eens naar de waterlijn loop om ter verwarming wat heen en weer te springen, komt er een meisje op me af. Het duurt lang voor ik Wendelien in haar herken. Ze verontschuldigt zich nog eens dat het haar niet lukt om bij ons Reis, Kijk en Luisterfeestje van zondag te zijn, terwijl ze het zelf bedacht is. Ik maak me wat zorgen om haar. Zondag komt wel goed, dat wordt gewoon leuk en gezellig. Maar ik gun het haar heel erg dat ze haar eigen rust en ruimte kan afbakenen, terwijl het haar geloof ik niet zo goed lukt. Hoe het ook zij, na een kort gesprek rent ze verder naar Kijkduin, haar staart vrolijk achter haar aankwispelend van door een stoere pet. Een half uur later komt ze nog eens voorbij, dan in tegengestelde richting. We zwaaien.

Tegen lunchtijd melden zich in moeilijk te reproduceren volgorde nieuwe horizonkijkers. Marion Kuiperi voegt zich bij ons. Marlies komt op bezoek, samen met Lasse die heel goed heeft onthouden dat hij een stuk chocola van me te goed heeft. “Heee Pappa”, roept hij vanuit de verte, “mag ik chocola?” Mja, beloofd is beloofd ook al blijft er dan weinig over voor de avonduren en ben ik met het brood tot wiens eten ik me overdag beperk. Warm water en chocola tijdens de nacht, koud water en brood tijdens de dag. Niet teveel keuzes en vooral juist wel: veel overzicht. In het kader van mijn kraanwaterproject bedank ik dus ook voor warme thee die me wordt aangeboden, en later voor de door Han aangedragen chocolademelk en door Yvonne meegebrachte bananen.

Ook Bas, die ik ken van ons legendarische maandagse voetbalcollectief FC Hollyhock 1994, komt een bezoek brengen met zijn drie kinderen. Een vriendin van Lie die de rest van de tijd sportjournaliste is en ook Petra Rierink, die mij een maand geleden nog interviewde over ondernemen met vallen en opstaan. Op het hoogtepunt zijn er tegelijkertijd zo’n 12 mensen. Volop gezelligheid, al komt het de rustige observatie niet echt ten goede. Niet dat er veel te zien is nu het pas heel, heel, heel langzaam weer vloed aan het worden is. De mist is weggetrokken, en af en toe krijgen we de horizon in het vizier.

Om het warm te krijgen, speel ik een portje voetbal met Bas en de kinders. Lasse speelt met een tractor, terwijl Marion met een dikke stok een hart-labyrinth op de zandplaat tekent en bewandelt. Wanneer ze daarvan terugkomt en ik weer in mijn stoel gedoken ben, hoor ik mezelf zeggen: “Ik geef m een half uur, daarna komt het water eroverheen”. Net alsof dat ook maar enigszins terzake doet. He, daar is ook Anne, die ik afgelopen maandag voor het eerst sprak tijdens de Open Coffee Bomenbuurt. Zij ‘doet’ in stilte. Mensen uitnodigen om de stilte in zichzelf te vinden en zich van daaruit te ontwikkelen. In plaats dat te doen vanuit de drukke hectiek van alle dag die zo makkelijk verkeerde keuzes opdringt. Ze vroeg maandag al of ze langs mocht komen om me dan aan te raken. Benieuwd als ik ben, antwoordde ik daarop positief. En ik ben verrast te vernemen dat zij en Lie elkaar al heel lang kennen maar ook al heel lang niet gezien hebben. Een heusche reünie!

Anne heeft een warme kruik meegenomen die ze aan me geeft. Ik stop hem ergens tussen de vierde en vijfde laag kleren die ik aan heb. Anne neemt eerst als observant deel aan onze sessie. In de tussentijd loopt ook Lie over de mui naar de zandplaat en door het labyrinth. Na haar moment is het de beurt aan Marlies, die Lasse meeneemt de zandplaat op. De zee begint in de tussentijd te klimmen en de mui loopt vanaf een opening bij de golfbreker – voor de kijkers links in beeld – langzaam vol. Of het komt doordat ik het nu kan zien, weet ik niet, maar ik hoor niet hetzelfde badkuipvolloopgeluid als bij de eerste vloed. Wel zie ik de zandplaat waarop Marlies door het labyrinth loopt en Lasse uitziet over zee, steeds kleiner worden. De mui stroomt van de zijkant vol en de zee begint langzaam aan alle kanten van de zandplaat te eten. Marlies heeft niets in de gaten. Een keer roep ik haar, daarna constateer ik dat ze weliswaar niet dezelfde route terug kunnen nemen, maar via rechterkant alsnog een ontsnappingsroute hebben. Nog 10 minuten. Ik kies voor de route van het vertrouwen. Dat komt wel goed, en zoniet, dan been ik te zijner tijd wel naar ze toe.

Het labyrinth is al voor driekwart weggevaagd als Marlies verbaasd omkijkt en zich realiseert wat wij al een tijdje zagen aankomen. Geen man overboord though, ze loopt met Lasse om de zandplaat heen. Kort na ze zich weer bij ons hebben gevoegd, kruipt de vloed over de zandplaat heen. Van links naar rechts, net zolang tot er niets meer van over is. Een gek déjà-vu, want nagenoeg identiek aan wat ik in de vroege ochtend al eens zag gebeuren. En toch heel anders, want toen gingen de golven nog open en dicht terwijl ze dichterbij kwamen. Nu rolden ze gewoon steeds dichterbij, zoals ze dat ’s zomers ook wel eens doen als je je handdoek op het verkeerde moment op dezelfde plek legt.

Marlies vertrekt met Lasse en laat een deken achter. Fijn, wat extra warmte. Anne vraagt of ze me aan mag raken en dat mag. Geen idee wat ze van plan is, maar zeker nu een aantal mensen weer huiswaarts keren, concentreer ik me vol overgave op de opkomende zee. Vergelijken bij het gelijkmatige verloop van veel voorafgaande uren is dit spanning en sensatie. Met elke keer de vraag hoe dichtbij de volgende golf zal komen. We hebben nog even voor de zee onze voeten weer aantikt en in die tijd zit Anne links naast me met haar beide handen op mijn linkerbovenarm. We zeggen niks en ik voel me rustig. Het gaat goed zo. Alles op schema en al is het koud, alles loopt op rolletjes. En tiens: zou het niet gaan regenen? Er is nog geen druppel gevallen.

Anne laat mijn arm weer los en ik vermoed dat ze nu aan mijn rechterkant komt zitten. In plaats daarvan is de sessie afgelopen en laat ze weten dat ze huiswaarts keert. Zonder te weten wat er in de aanraking nu precies is voorgevallen, bedank ik haar, want het is sowieso al erg gaaf dat ze het avontuur heeft willen meebeleven op basis van een korte kennismaking, daags voor dit gebeuren.

De vloed bereikt nu haar maximum en kruipt weer op tegen de stoelen. Het is moeilijk voor te stellen dat we zo kort geleden nog tegen een zandplaat aan zaten te kijken. Die is nu in open zee veranderd, samen met de mui. De golven rollen onbezwaard door tot binnen ons bereik. Bij elke golf vragen we ons af of we het droog houden. Lie werpt met haar voeten een kleine waterkering op, ook om de kristallen schedel die ze onder zich heeft geparkeerd, droog te houden. Ook Marc zet zich schrap maar de vloed doet precies hetzelfde als de nacht te voren: zich vleien aan onze voeten om zich vervolgens weer geleidelijk terug te trekken.

Zo geconcentreerd als iedereen naar het opkomende water zit te kijken, zo brokkelt de concentratie langzaam af als de vloed over haar hoogtepunt heen is. De opbouwende spanning is weggevallen. Een aantal mensen grijpen de gelegenheid aan voor een wandeling, anderen om zich bij Strandtent de Kwartel te verschansen. Zo ben ik weer een tijdje alleen aan het turen. Naar wat? Naar een uitzicht dat voorbij de branding ironisch veel lijkt op de foto op de cover van het boek When I open my eyes, dat andere horizonproject. Ik probeer me er weinig van aan te trekken en geniet van de rust. Die duurt ook wel even voort, zeker als Marc en Lie ook nog een wandeling gaan maken. Ik merk dat het horizonkijken zich even tegen ze keert, en koester enige bezorgdheid dat ze de pijp aan Maarten zullen geven. Met vast nog meer dan 6 uur op de teller zou dat een aardige tegenvaller zijn, want alleen is maar alleen.

Gelukkig zijn ze door hun intermezzo voldoende opgewarmd om verder te reizen. Samen zien we het waterniveau in de mui dalen en, van rechts naar links, de zandbank terug verschijnen. En kijk, daar zijn de strandlopertjes weer, heel even maar. Tegelijkertijd schieten van links naar rechts mooie golfspurten voorbij. Ze doen vermoeden dat er iemand onder water voetzoekers zit af te steken. Het is terugtrekkend water dat botst met de golven die op het strand af koersen. Moeilijk te omschrijven, maar op veel plekken dus twee keer per dag zichtbaar aan ’s lands kust. Go check it out.

Foto © Yvonne Versteeg

Work in progress © Yvonne Versteeg

Terwijl we de gelederen weer sluiten, voegen Carla, Yvonne en Jean zich bij ons. Carla legt een kort bezoekje af om ons een hart onder de riem te steken. Yvonne komt Marc opzoeken, die net nieuwe moed heeft opgedaan om zijn queeste te volbrengen en tot zonsondergang bij ons te blijven. Jean komt open-ended. Meekijken zolang het hem boeit, no strings attached. Er wordt wat gepraat, Yvonne leest wat Oude Teksten voor en juist dan komt buurman Peter de Zigeunerfotograaf aangejogd met een vriend en cameratas. Gaaf, hij komt ons portretteren zodat wij onze reis ook visueel kunnen delen.

Horizonexploraties in actie © Peter van Beek

Horizonverkenners in actie © Peter van Beek

Na hun bezoek volgt een moeilijk momentje. Ik vermoed dat het al richting 8-en begint te lopen maar realiseer me dat we misschien pas op zes uur zitten. Zeven misschien. Ja, hoeveel nog eigenlijk. De vloed gaf houvast, de volgende referentie is zonsondergang, al ben ik vergeten hoe laat die plaatsvindt. Het warme water in de thermoskannen is inmiddels tot koud water verworden, een kleine dompert.

Gelukkig is de sfeer met de medereizigers goed. Er wordt wat gepraat, zachtjes, en langzaam morft de horizon zich tot een onmiskenbare Nieuwe Horizon zoals we die vaak in beeld hebben gehad. Een melkachtige kleur, ten opzichte van grijs een vleugje oranjeroze, de golven donker afstekend tegen het reflecterende wateroppervlak. Mooie wolkvegen in de lucht. De zon zelf krijgen we niet te zien, maar de blauwe lucht wel. Yvonne wijst me er op, ik moet er even mijn capuchon voor afschuiven omdat die me het perifeer zicht grotendeels ontneemt.

NEW HORIZON #2300

NEW HORIZON #2300

Snel wordt het nu minder licht en zodra het duidelijk is dat de zon achter de horizon is gezakt, heeft Marc de eindbestemming van zijn queeste bereikt. Lie, Jean en ik groeten ze, waarna zij huiswaarts keren en wij kort later het vuur in ere herstellen. Vóór ons ditmaal, om onze gezichten en handen te verwarmen, ook al ontneemt dat ons enig zicht op de verte. Nog ergens tussen de drie en vier uur te gaan. Hoeveel weet ik niet precies. Er ontstaat een kalm gesprek over daadkracht en dankbaarheid. Over het eeuwigdurende van de zee. Golf op golf, getij op getij. Onvermoeibaar en onvermijdbaar. Onontkoombaar. Een constante factor zoals we er nog weinig kennen in onze moderne tijd van wegvallende autoriteiten. We praten over zekerheid, over het volgen van legendes. Over het vinden van de juiste route en het ontwapenende gemak waarmee die zich laat afleggen wanneer we onszelf niet tegenwerken met een soort ready-made schijnzekerheden en oppervlakkige shizzle.

Het einde begint zich aan te kondigen en wanneer we nog twee houtblokken op het vuur gooien, stel ik enthousiast voor dat we dit hout laten opbranden en daarna de boel opdoeken. Dat moment zal middernacht wel niet te ver ontlopen. Als het gesprek uitdooft en we onze parallelle universa terug opzoeken, voel ik het verre laagtij trekken. Ik vraag voor het eerst op de dag hoe laat het is. Tien voor 11. Nog 70 minuten te gaan. Ik sta op uit mijn stoel en loop over de zandbank naar de waterlijn. Daar kijk ik verder. Naar golven die open en dicht gaan. Naar de nacht die alles wat overdag gescheiden is, terug heel maakt. Net zolang tot Lie me komt vertellen dat het vuur uit is. Weer informeer ik naar de tijd. Half twaalf. Voor Lie is de reis gedaan. Voor mij nog niet. We overleggen. Ik vraag of Jean van plan is om te blijven, wat ik erg prettig zou vinden. Als dat het geval blijkt, verexcuseer ik me voor mijn eerdere idee om de sessie te sluiten zodra het vuur zou doven. Ik begroet Lie en deel mijn dankbaarheid voor de grote reis die we samen hebben afgelegd en waar we anderen toe hebben uitgenodigd. De keuze voor rust en ruimte, de keuze voor overvloed. De Keuze en de Juiste Vraag. Wat wil je. Wat wil je als alles anders is, en Wat wil je als alles kan.

Terwijl Lie haar reis afsluit, sta ik nog onverminderd aan de lijn. Ik weet 100 meter Jean achter me, wat ik als grote steun ervaar. Ik zet mijn voeten stevig op de grond en sluit mijn ogen. Ik laat de golven door me heen ruisen door naar ze te luisteren. Het lijkt alsof de tijd stil staat en alles alles is. Gewaarwording en eenheid: samen vormen zij de belofte van de horizon. Ik herken ze en samen worden ze mij gewaar wanneer ik daar sta. Totdat het tijd is. Ik spreid mijn deken en terwijl ik me net de hoofdpersoon in een boek van Paulo Coelho voel, maak ik een buiging. Daarna open ik mijn ogen en loop ik langzaam terug naar Jean en het basiskamp. Ik vraag om de tijd en het is welgeteld 1 minuut over 12. Dit was het. Over Eb en Over Vloed. Of we al aan de onmogelijkheden voorbij zijn gegaan, dat weet ik niet. Maar aan diverse onwaarschijnlijkheden zeker.
We pakken in en vertrekken. Het is tijd om naar huis te gaan, douchen en naar bed.

___

DANKWOORD

Groot is mijn dank aan de elementen die ons veilig en droog hebben gehouden en aan al hen die aan deze reis hebben bijgedragen, ter plaatse en in gedachten. In het bijzonder dank aan Lie met wie ik dit idee vormgaf, aan Marc die het avontuur herkende en er zijn eigen zoektocht in verweefde, aan Jean van wie ik veel nieuw moois verwacht de komende tijd en aan Sanne die geduld heeft met mijn plannen die het meer dan eens winnen van sociale wenselijkheid op de korte termijn.

___

TOEGIFT

En daarom als afsluiting het nummer dat Sanne voor mij schreef toen ik niet 24 uur maar een heel jaar op reis ging toen we elkaar net een paar maanden kenden. Het heet
Through your eyes‘.

Advertenties

Over Bruno van den Elshout

Kunstenaar
Dit bericht werd geplaatst in Gedachtekronkels, Hersenspinsels, Horizonexpedities, Leuks uit 2013, Me myself and I, NEW HORIZONS, Nieuws, Ontmoetingen, Op reis (of: ~ geweest), Plannen 2013, Synchroniciteit en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

12 reacties op Reisverslag Over Eb en Over Vloed

  1. Wat een mooi verslag Bruno, helemaal mee te beleven, de kou, de horizon, de leegte, gezelschap, wat een horizon verruimend avontuur, dankjewel.

  2. 4marlies zegt:

    Dank voor dit uitgebreide verslag en jouw intimiteit, dankbaarheid en liefde voor de natuur en al wat is. marlies

  3. Rob van Hoesel zegt:

    mooi verwoord Bruno, keep calm and carry on…

  4. Dag Bruno, Wat fijn dat ik een stukje mee mocht reizen in de stilte van die eindeloze horizon, mee mocht reizen in de eindeloze horizon van de stilte. Heb genoten van de stille schoonheid van je verslag. Heel veel reisgenot voorbij onze beperkte horizon. Anne

  5. Mandy zegt:

    Ha Bruno wat een gave ervaring! mooi om zo mee te kunnen genieten!

  6. nathaliette zegt:

    Bruno, wat n mooi verslag en wat fijn om de rust en stilte in microformaat te mogen ervaren door gewoon de tijd te nemen, de boel de boel te laten en dit allemaal in alle rust te lezen. Dank je wel!

  7. Arita Baaijens zegt:

    Heel bijzonder om te lezen hoe zoiets gewoons zo ongewoon is als je met aandacht kijkt, en zoveel langer dan normaal. Het avontuur ligt letterlijk voor onze voeten.

  8. Pingback: Ditching the deadline – over actie en vertrouwen | Ready2Amaze!

  9. Pingback: Wat ik vanavond ga vertellen @Imonday010 | Ready2Amaze!

  10. Pingback: Een Vrije Vlucht – 24 uur horizonkijken en wat er dan gebeurt | Ready2Amaze!

  11. Pingback: 2013, een duidelijk geval van +1 | Ready2Amaze!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s