Reisverslag ‘Lopen tot de zon komt’

NEW HORIZON #378, 16.01.2012 - 17h00

NEW HORIZON #378, 16.01.2012 – 17h00

Sometime eind oktober kreeg ik het lumineuze idee om een nacht lang te gaan lopen. Van zonsondergang tot zonsopkomst. Door de duisternis, waarin alles stil valt. Langs de horizon, tijdens de laatste Nieuwe Maan en daardoor de donkerste nacht van het jaar. Wandelen dus, van maandag 2 naar dinsdag 3 december, in 16 uur tijd.

Samen met wingflyer in het NEW HORIZONS-project Lie van Schelven dokterde ik uit waar deze donkere wandeling over zou gaan. Conclusie: het had zich simpelweg aangediend, om gedaan te worden. Het maximale zicht dat we onszelf daarop in de voorbereiding hebben weten te verwerven, was het morfogenetisch ‘aan’-schakelen van de Weg van de Pionier. Niet de innovatiepionier 2.0 spin-in-het-web type. Een Werkelijk Nieuwe Weg daarin vinden en onszelf en daarmee anderen hernieuwde toegang verschaffen tot wat het is om Pionier te zijn. Een nieuwe synchonisatie teweeg brengen. En dat niet alleen te weten, maar dat ook mee te maken en te doorvoelen. In de wortels, door Lie. Naar buiten tredend, door mij. Zodat we samen de volledige dynamiek van het Nieuwe Pionierschap konden bestrijken. Together-apart.

En wat heeft het opgeleverd? Een lange, donkere en koude wandeling, met als een van de belangrijkste conclusies dat je niet hoeft te gaan lopen om de zon op te laten komen. Ik had me dit avontuur kunnen besparen. De zon komt er niet minder om op.

Zeker vraagt Pionieren om volhardendheid op belangrijke momenten, maar ook de uitdaging om die als Moeiteloos te doormaken. Net als de uitnodiging om ruimte te maken voor het plukken van de vruchten als de anstrengende efforts eenmaal geleverd zijn. Om niet te blijven hangen in Ploeterend Heldendom.

Was het dan de moeite wel waard? Jazeker. Zo alleen te lopen in het donker, waarin alle werelds perspectief verdwijnt. En daar geen hindernis in ervaren. Die onzekerheid met vertrouwen en ten volle aangaan, zelfs als de bedoeling van het gebeuren onbekend blijft.

En op ieder moment voor dat Avontuur kiezen. Doen wat er nodig is om het Avontuur te laten ontstaan, al in de voorbereiding, en daarna bij het Avontuur blijven terwijl het zich ontvouwt. Precies doen wat de bedoeling is, dat geeft enorm veel kracht en energie om hindernissen – fysiek, psychologisch, energetisch of anderszins – te overwinnen of zelfs links te laten liggen. Scherpstellen en schieten.

En door dit Avontuur te hebben doorlopen, weet ik dat de volgende passages op mijn reis niet over Volhouden zullen gaan, maar over Feest. Over Licht en de Opkomende Zon, niet langer afhankelijk van mijn Volhouden. Zoals ze dat eigenlijk ook nooit geweest zijn, anders dan in mijn gedachten.

Wie meer wil weten, leest verder.

Zo troffen wij elkaar kort na vier uur op een bekende locatie: het einde van de Fuutlaan, de duindoorgang richting Strandslag 9 waar we eerder al tweemaal vierentwintig uur de horizon verkenden. Die keren was het steeds donker omdat we elkaar kort voor middernacht troffen. Nu nog net licht. Net op rijd om de vuurgele bol door de sluierbewolking naar de horizon te zien zakken, ter hoogte van de Tweede Maasvlakte.

Fel en rijk was het kleurenspel dat op de zonsondergang volgde. Van geel naar roze en paars, met op de branding mooie reflecties. Er zat veel spanning in het zeewater. Golven bouwden langzaam op in de verte, hielden zich koest tot het tijd was voor hun koprol, vlak voor ze het strand bereikten.

Terwijl het langzaam donker werd, liepen in zuidwestelijke richting naar de Zandmotor, waar we naar schatting zo’n anderhalf uur later aankwamen. Naar schatting, want ook ditmaal had ik alle overbodige spullen thuis gelaten. In extremis, want behalve mijn kleding had ik alleen mijn KRNWTR-bidon bij me, en verder niks. Geen telefoon, geen geld, geen ID-kaart, geen sleutels, nouja alles wat je nog meer bij je zou kunnen hebben. Geen handschoenen ook, vergeten. Wel mijn legendarische Zuid-Afrikamuts waar ik al zo vaak en door zoveel mensen om uitgelachen ben. En waar ik desondanks nog altijd bijzonder blij mee ben.

Ik droeg alleen een plastic tasje met hout dat Lie had meegedragen om op de Zandmotor een vuur te maken. Bij dat vuur zouden we de laatste reisvoorbereidingen treffen, bestaande uit een programma, een kaartlegging en het openen van het krachtveld waarin we zouden gaan reizen.

Met dank aan de aanmaakblokjes wilde het vuurtje vlot branden. Aldus vertoefden wij relatieve warmte terwijl het om ons heen definitief donker en koud was geworden. De kaartlegging leverde een interessant vooruitzicht op, met als hoofdkaart ‘Turn on’. Een andere kaart repte van ‘multizintuigelijke floodgates’ en alles wat er uit de legging naar voren kwam leek exact congruent met de bedoeling van onze tocht. Een fijn vooruitzicht.

We bespraken hoe ik vanaf de Zandmotor zou teruglopen naar Strandslag 9 en van daar verder in dezelfde richting. Eerst naar Scheveningen, dan naar Katwijk en uiteindelijk naar Noordwijk. Lie zou mee teruglopen naar Strandslag 9 om vanaf daar per auto naar de tipi van Marion Kuipéri in de buurt van Monster te rijden en daar in stilte te overnachten. Een ideale scheiding van verantwoordelijkheden waarin ik binnen het pionierschap de mannelijke dynamiek zou onderzoeken, naar buiten gericht – en Lie de vrouwelijke, gericht op de wortels. Allebei in de context van de donkerste nacht. De duisternis waarin al het perspectief verdwijnt en alles weer alles is. Of, zoals Antoine de Saint-Exupéry het eerder omschreef:

star_exupery“Night, the beloved. Night, when words fade and things come alive.
When the destructive analysis of day is done, and all that is truly important becomes whole and sound again. When man reassembles his fragmentary self
and grows with the calm of a tree.”

Nadat we bespraken hoe Lie mij de volgende ochtend om 11 uur in Noordwijk zou komen ophalen, bij de vuurtoren, begroetten we de windrichtingen en opende Lie ons krachtveld. Aansluitend zagen we het vuur doven en stapten we samen weg van de Zandmotor, terug naar Strandslag 9.

Aangezien het meeste nu wel gezegd was, deden we dat grotendeels in stilte. De vuurtoren van Scheveningen, recht voor ons, scande met vaste regelmaat de voorts donkere verte voor ons af. Rechts bleven de duintoppen zich aftekenen tegen de toch net iets lichtere lucht, waar onze ogen inmiddels aan gewend waren geraakt. Links aan de horizon-over-zee was inmiddels sprake van vrijwel volstrekte duisternis, afgezien van geïsoleerde lichtpuntjes van schepen en bakens in de verte. Het wit van de golven die op het strand aanrolden was nog slechts herkenbaar als donkergrijs.

NEW HORIZON #7753, 19.11.2012 - 00h00

NEW HORIZON #7753, 19.11.2012 – 00h00

En het was rustig. Verlaten zelfs, op een paar hondenuitlaters na. De rest van de Nederlandse mensheid had zo na etenstijd vast betere dingen te doen dan zich op het Stille Strand op te houden.

Lie liep mee tot Strandslag 7, omdat die route door de duinen wat meer overzicht bood dan die van Strandslag 9. Aldus scheidden onze wegen en we wensten elkaar en onszelf veel succes.

Alleen stapte ik sindsdien voort in het donker. Ik maakte een korte tussenstop om bij Strandslag 9 stil te staan bij de Overvloed en de Moeiteloosheid die we tijdens onze horizonobservaties onderzochten – ze zouden me wel eens goed van pas kunnen komen. En aansluitend ging het voort totaan de windmolen bij het Zuiderhavenhoofd, waar ik het strand kort de rug moest toekeren om de haven te omzeilen. Ik spotte een vos, en bemerkte en passant dat de waterpomp achter het elektriciteitshuisje onklaar was gemaakt, lees: volledig was weggezaagd. Nuwel, ik zou me gaan concentreren op mijn eigen water en deze observatie steunde me daarin.

En zo liep ik rond het Norfolkterrein waar binnenkort een theater wordt gebouwd als excuus om het Stille Strand in te lijven bij Scheveningen en te grabbel te gooien aan de dubieuze belangen van de economische exploitatie. Die inmiddels ook nog eens per bestemmingsplan is goedgekeurd, samen met een stel torenflats en een kabelbaan, in samenhang ook wel te omschrijven als gotspe. Zo zag ik dat er aan de poort van het terrein al doodleuk een spandoek ‘Zuiderstrandtheater’ was gespijkerd, als voorschot op dat wat aanstaande was. Samen met de mensen van Het Stille Strand Leeft probeer ik hier tussentijds nog een stokje tussen te krijgen en iedereen die daaraan een bijdrage wenst te leveren is welkom op de gelijknamige Facebookpagina.

Het was vreemd om vervolgens in zoveel licht te baden na eerst gewend te zijn aan de donkerte. En ook vreemd om langs de restaurants te lopen waarvan sommige levendig oogsten en andere al gesloten waren. Langs de boot waar ik Paulien Cornelissen eens langer fotografeerde dan haar lief was, langs de vuurtoren waar ik op diezelfde dag Bart Chabot fotografeerde. Vervolgens het uitzicht op De Pier, die me herinnerde aan mijn eindexamengala dat daar plaatsgreep. Inmiddels een half leven geleden. Voor het eerst in pak.

Bart Chabot tijdens Dichter aan Huis 2010 in de vuurtoren van Scheveningen

Bart Chabot tijdens Dichter aan Huis 2010 in de vuurtoren van Scheveningen

Het einde van de boulevard leek me een goede plek voor een eerste pauze. Ver van huis was ik nog niet geraakt, ook al was ik al 5 uur aan het lopen. Ik kon ook terug. Maar voor me in de verte lonkte Katwijk. Niet veel meer dan een dun geel streepje in een verder zwart Alles. Een kilometer of 15, waarvan ik de eerste helft in ieder geval goed kende van de zondagse Fatbike-tochten met de heren en dames van Lola Bikes & Coffee.

Ik nam een van de weinige slokjes water die me ter beschikking stonden. Droomde wat weg, zag nog wat mensen met honden en een paar auto’s voor het Carlton Hotel. Net zolang tot de tijd rijp was voor drie uur plezier in de duisternis. De Jump. Door het mulle zand baande ik me een weg naar de vloedlijn. Terug naar het ruisen van de golven, weg van de stemmen in het schijnsel van het oerwoud aan lantaarnpalen, in uiteenlopende hoeken om de boulevard gevlochten. Die wereld verdween langzaam achter me, terwijl ik me richtte op het volgende streepje licht in de verte. Af en toe keek ik achterom, maar de komende drie uur zou ik niemand tegenkomen. En het enige geluid zou dat zijn van de scheermesjes en schelpjes die onder mijn voeten kapotbraken, vergezeld van wat strandlopertjes die ik een stuk beter kon horen dan zien.

Ik dacht van alles en nog wat terwijl ik zo aan het lopen was en na een tijdje begon me dat te storen. Dan alle gedachten maar uitspreken, dat zullen ze het wel laten om zich tegelijkertijd te melden. En wanneer heb je nou die luxe, om je gedachten hardop uit te spreken? Nou, daar dus, midden in de nacht op het strand voorbij Scheveningen. Waar niemand iets hoort en elk woord door de duisternis wordt opgeslokt. Alsof je een stofzuiger onder een pak hagelslag houdt terwijl je het leeggiet. Terugkerende kreten en thema’s waren het Verbinden van Hemel en Aarde, zoals ook de horizon dat doet, en Voorwaarts Integreren. Steeds al het geleerde ten volle benutten als lanceerplatform voor het volgende, zonder eerst in de exploitatiemodus te duiken die intrinsiek eindig is en anderen benadeelt.

Alleen de bovenrand van de duinen bood nog enig houvast om mijn snelheid aan af te meten. Dat was de enige ruimtelijke referentie die overbleef, nu Scheveningen te ver weg raakte om me nog toe te kunnen verhouden, en Katwijk nog too far off was. Zo stapte ik voort. Praten werd langzaam wat zingen. Schreeuwen had ook nog gekund, bedacht ik me, maar ik voelde er geen behoefte aan. En na het zingen werd ik alsnog stil. En bleef ik lopen, volgens plan. Af en toe keek ik naar mijn voeten, wat me dan steevast wat duizelig maakte. Dan weer naar de sterren, de Grote Beer voorop. Net als tijdens de ‘Vrije Vlucht’, toen ook recht voor ons in het vizier, wat toen recht boven de zee was en nu recht boven de vloedlijn.

Lang leek het of Katwijk naliet dichterbij te komen en toch kwam het zover. Het streepje licht begon zich op te delen in individuele lantaarnpalen, regelmatig langs de boulevard geposteerd. Op het kerkje aan de boulevard meende ik een klok te ontwaren, maar het duurde nog tot ik op de boulevard stond voordat ik de tijd eraan af kon lezen. Om 1h22 zou de Nieuwe Maan compleet zijn. Zou het dat al zijn? Nee, ik was sneller geweest dan dat. Een uur of een was het pas. De grote jump was gemaakt: van hier zou het nog maar een relatief klein stukje zijn naar eindbestemming Noordwijk.

Het was een eind afgekoeld in de tussentijd en ik vroeg me af hoe ik eens zou gaan uitrusten van mijn, ook op dat moment al, aanzienlijke wandeling. Voor vertrek had ik de Soefi-tempel gemaild, wat een heel passend adres zou zijn voor deze Pionierswandeling. Maar die deden niet aan ’s nachts. En de camping was gesloten en een B&B had niet op mijn mail geantwoord. Ook bij de Sint Andreaskerk aan de boulevard – met de klok van zo-even – volgde nul op het rekest. Misschien zou dat live beter gaan, dacht ik, en er brandde zowaar nog licht! Maar diverse deuren die toegang gaven tot de beschutting, waren vakkundig vergrendeld. Ik vroeg me af of dat vroeger ook zou gegaan zou zijn, en wanneer en waardoor ‘vroeger’ ooit was afgelopen. En ik dacht aan het kerstverhaal en hoe ze dat toen gefixt kregen.

In de veelal betegelde voortuintjes aan de boulevard ontdekte ik wel de nodige ameublementen die als ondergrond konden doorgaan. Maarja, ook zo wat… En dus liep ik nog wat voort. He, daar was het Bed & Breakfast dat ik had gemaild. Het Anker. Zag er best leuk uit, maar niet alsof ik er iemand bedoeld was wakker te bellen op dit uur. In een zijstraat zag ik iemand met een rolkoffer wel proberen onderdak te vinden. Zonder resultaat. Ik had er zelf eigenlijk ook geen zin in. Bovendien had ik geen geld bij me en geen zin om dat met een hoop omhaal goed te praten. Als ik nou eens werd aangehouden door de politie? Vast warmer dan buiten, zo’n cel…

Maar voor dat kon gebeuren bood het terras van Hotel Noordzee uitkomst. Een zithoek met houten banken, buiten een plastic overkapping maar wel enigszins beschut. Niet bijster zichtbaar van buitenaf ook en niet nat zoals het meeste andere meubilair in de buurt. Ik ging er maar eens bij zitten, nam een slok water om er vervolgens ook bij te gaan liggen. Slapen deed ik niet gelijk, en zelfs toen dat wel lukte, was het nog niet van harte. Dankzij de vrieskou in de lucht, duurde het ook niet lang voor ik weer wakker werd. Tijd om te lopen. Waarheen? Niet naar Noordwijk nog. Dan maar wat ijsberen door de straten van Katwijk. Een sanitaire stop bij de uitlaat van de Oude Rijn. Een rondje door de winkelstraten. Verlaten. Op een patrouillerende politiewagen na, die het nog spannend maakte door eerst voorbij te rijden en daarna achteruit terug.

“Gaat alles goed met u?”, vroegen de twee agenten nadat ze bijna tegelijkertijd door hun deuren naar buiten waren gekropen. Ik antwoordde bevestigend. Op de vraag wat ik aan het doen was, meldde ik dat ik aan het lopen was tot de zon opkwam. Met opgetrokken wenkbrauwen informeerde een van hen naar mijn identiteitsbewijs dat ik nu juist doelbewust had thuisgelaten, wat ik hem ook vertelde. Ik wees daarbij op de enige twee attributen die ik anders dan mijn kleding bij me had. Mijn waterfles en het zitmatje van Lie. Waar ik dan vandaan kwam? Van de Zandmotor, nadat ik eerder uit Den Haag was vertrokken. Of ik daar ook woonde – positive. En waar ik naartoe ging. Noordwijk, maar daar wilde ik pas om half negen aankomen en dus zou ik hier nog wel tot een uurtje of zes aan het rondscharrelen zijn. Ik kreeg daarop het antwoord dat het nogal de aandacht trok, iemand die op dit uur over straat aan het wandelen was, waarna ik ze vroeg of ik meer over mijn avontuur zou vertellen. Ik had er al bijna spijt van dat ik geen drukwerk had meegenomen. Hoe dan ook geloofden ze het verder wel en ze wensten me veel succes. Naar die politiecel kon ik dus ook fluiten, met nog een uur of 3 aan winterkou voor de kiezen.

Via de gesloten kerk liep ik weer terug naar de boulevard, waar ik ijsbloemen zag ontstaan op de ruiten van geparkeerde auto’s. Het vroor, zoveel was dus wel duidelijk. Maar ik was wel weer warmgelopen en toe aan wat rust. Op dezelfde bank als eerder waagde ik nog eens een poging in slaap te vallen. Ik weet niet meer of dat nu wel of niet lukte, maar er verstreek wel weer de nodige tijd voor ik zodanig afgekoeld was dat er weer gelopen moest worden. Nog maar eens over de boulevard, eerst naar het noorden, dan door de winkelstraat en vervolgens totaan het einde van het fietspad naar Den Haag, met uitzicht op de Soefitempel en tussen de bedrijven door spotte ik nog eens twee vossen. Tijdens deze ronde zag ik de politiewagen van eerder nog een aantal keer langsrijden, waarbij dat op een gegeven moment zo’n bekend gezicht werd dat ik er maar naar begon te zwaaien.

Lege winkelstraten zijn een raar fenomeen. Nou vind ik dat ook van volle winkelstraten, maar lege dus nog meer. Ik bekeek wat huizen bij de makelaar, wiens etalage ook om vier uur ’s nachts nog fel verlicht was. De bakker, de slager, de verzekeringstussenpersoon, de opticien, twee lingeriewinkels. Een terras met verwarming, met van die gaslampen. Als ik aan het touwtje zou trekken, zou het vast warmer worden. Ik dacht erover en deed het niet.

In dezelfde straat zou de volgende dag zou er weer geconsumeerd komen worden door mensen die nu allemaal vredig en warm lagen te slapen om bij te komen van hun eerdere bijdragen aan dat gekke economische systeem waar we eigenlijk allang niet meer in passen.

Aan de boulevard groeien in de tussentijd de de ijsbloemen op de autoruiten nog verder aan: sommige mooi, sommige lelijk – en ik vroeg me af waar dat verschil in zat – begon er al weer wat activiteit in het dorp te ontstaan. Tussen 4 en 5 uur reden er alweer wat auto’s rond. Sommige op ingetogen wijze, andere met belachelijk hoge snelheden die je overdag op dezelfde plek vast niet zou halen.

Na deze tweede grote ronde door Katwijk aan Zee zocht ik voor de laatste keer de houten terrasbank op. Met de bedoeling een uur te slapen, maar dat plan werd al snel verstoord door de bakker die in alle vroegte brood voor het ontbijt kwam bezorgen. Ik denk niet dat hij me zag, maar ik voelde er ook niet veel voor het erop aan te laten komen. Toen ook een glazenwasser zich meldde, leek het me goed mijn biezen te pakken. Zes uur was het nog niet, maar de tijd was klaar voor de laatste fase van de reis. Het laatste vleugje duisternis. Nog minder dan drie uur zou de dag op zich laten wachten.

Voor de zoveelste keer wandelde ik naar het noordelijke eindje van de boulevard, en dit keer verder over de dijk en van daaraf naar het strand. Ik was de enige al niet meer. Iemand anders was op hetzelfde moment op hetzelfde idee gekomen, zo te zien een vrouw maar veel kon ik niet van haar zien. Het leek me geen goed idee om al te dicht bij haar te lopen, dus nam ik tempo terug en laste eerst nog een plasstop bij de duinrand in. Weer de helft van mijn kleding uit en aan, hopelijk ook gelijk voor het laatst. En dan rustig verder lopen. Bijna drie uur de tijd had ik, voor een afstand van minder dan 10 kilometer. En noch zin om veel verder dan Noordwijk te lopen, noch om daar te gaan zitten wachten tot de zon eindelijk opkwam.

Dus extra rustig. Nog eens kijken naar de donkere horizon waar alles samenkomt. Nog eens luisteren naar de golven, die ten opzichte van de stilte niet veel verschillen van de rollende donder van een onweersbui. En hoe zou het zijn, als het straks licht werd? Het leek nog aardig helder in de verte, misschien dus echt een zonsopkomst? Koud had ik het inmiddels niet meer, zodat ik nog een extra pauze inbouwde bij een strandopgang. Boven op het duin. Om te kijken of het al zou gaan dagen, al had ik zo daar tegen een paaltje gezeten vooral kijk op de binnenkant van mijn ogen. Zo ging er nog maar eens wat tijd voorbij en toen het me te koud werd, toog ik weer verder.

De dakrand van Huis ter Duin was fraai verlicht en bood al die tijd een richtpunt. Nu kwam het ook steeds dichterbij en warempel werd het lichter. Heel langzaam, maar het was al niet meer de ondoordringbare en perspectiefloze donkerte van de lange uren die al achter me lagen. Grijs, donkerblauw, en langzaam kreeg alles weer kleur. De gebouwen op de Noordwijkse boulevard, de wandelaars met honden die de weg naar het strand al hebben gevonden. Hoewel, AL, zo tussen acht en half negen waren veel mensen alweer op weg naar hun werk, of misschien daar al aangekomen zelfs. Zo vroeg was het al niet meer.

NEWHORIZON #8602, 24.12.2012 - 09h00

NEWHORIZON #8602, 24.12.2012 – 09h00

De zon liet na om door de bewolking heen te prikken, of was ie misschien toch nog niet op? Ik liep naar de laatste huizen en vanaf daar de duinen noord van Noordwijk in. Op zoek naar een plek om het definitief licht te zien worden. Een geschikt uitzicht om de voltooiing van mijn reis, die nu echt aanstaande was, in rust mee te maken. En die plek vond ik. Bovenop een duin dat ook nog eens van een mooi geultje was voorzien dat precies dienst kon doen als een comfortabele ligstoel. Van daar had ik uitzicht op een paar honderd meter aan zandduin gebied, zo’n 10 meter lager dan waar ik zelf zag. Het was daar al een komen en gaan van hondenuitlaters. Sommige alleen en sommige samen. Niemand die opkeek om mij te zien zitten en zo zat ik daar heerlijk rustig. Weg te dommelen soms, bij te komen misschien. Een uurtje moet het geweest zijn, en ergens daarbinnen viel de zonsopkomst. Gedenkwaardiger was het voorbijvliegen van twee zwanen op ooghoogte, en het geluid dat zij daarbij maakten. Vrijheid. De vrijheid van te lopen tot de zon komt en de vrijheid om dat niet snel nog eens te doen. Reis voltooid, dus dat zat er op. En dan?

Pas om elf uur zou Lie me komen ophalen bij de vuurtoren, dus ik had nog wel tweeenhalf uur te overbruggen. Met inmiddels een aardige knaag in de maag. En het mocht dan wel dag geworden zijn en nagenoeg windstil – warmer was het nog allerminst. Op zoek naar een boekhandel dan maar, dat is meestal de beste plek om je zonder geld enige tijd op te kunnen houden zonder alteveel aandacht op jezelf te vestigen. Mooi hoe de eerste winkel die ik tegenkwam ook direct een boekhandel was en een mooie. Ik bekeek er wat boeken en de sfeer, werd uitgenodigd wat kruidnootjes van een schaal te nemen en vroeg me af of ik niet zou gaan vertellen over mijn kunstwerk-in-boekvorm-in-wording. Maar het bleef stil en het voelde niet gemakkelijk om langer te blijven dan ik daadwerkelijk interesse had in de geetaleerde publicaties.

De kruidnootjes smaakten wel naar meer. Naar worst bij de supermarkt, en het lukte me wonderwel om daar een paar plakjes van te bemachtigen. Een gek gevoel, in een winkel zijn zonder geld. Of in een winkelstraat. Of überhaupt. Het hele leven van alles en iedereen gaat door, maar jij kunt niets wezenlijks uitrichten. Wat blijft er van je over zonder geld? Minder dan je zou denken, bedacht ik me. Ik vroeg een vrouw naar de bestemming van een vreemd, lang, betonnen en vrij lelijk gebouw dat me aan Radio Kootwijk deed denken. Het bleek de watertoren. Ik liep nog her en der naar binnen, maar voelde me nergens bijster welkom in mijn verkleurde Umbro-trainingsbroek en met Zuid-Afrikaanse muts.

Dan maar naar de vuurtoren. Het zou nu toch wel eens een keer tegen elven gaan lopen? Maar nee, het was nog zelfs geen 10 uur geworden in de tussentijd. Wel begon de zon door de wolken heen te breken en het bankje tegenover de vuurtoren bood daar mooi zicht op. Warm werd het nog niet, maar de helderfrisse lucht langs mijn gezicht te voelen en zonnestralen op te vangen, dat deed goed. Er kwamen wat mensen langs die ik rustig bekeek, net zolang tot het elf uur was – wat ik kon zien op een stadsklok in de verte.

Elf uur en Lie was er nog niet. Zou het in de tipi allemaal wel goed gegaan zijn? Want wat als dat niet zo was? Hoe zou ik dat dan weten? Hoe zou iemand anders dat dan weten? En daarbij… dan had ik nog wel wat te puzzelen om thuis te komen en stel wat er allemaal verkeerd gegaan zou kunnen zijn? Ik speelde wat scenario’s af waarvan sommige levensbedreigend overkwamen, maar bleef daarbij gelukkig wel rustig. Het zou wel los lopen. Maar vanwaar nog geen blauwe Volkswagenbus in de verte. Het had nu allemaal wel lang genoeg geduurd. Al achtienenhalf uur was ik nu bezig en als er niet snel een einde aan zou komen… wanneer dan wel?

Zo reflecteerde ik verder op de situatie tot ik om 10 over 11 wel een blauwe Volkswagenbus ontwaarde. Jawel! Het was Lie en ze zwaaide me tegemoet. Daarop volgde een warme omhelzing ter concludering van het avontuur. Boterhammen met kaas had Lie meegebracht en warm water. Heerlijkheid! En nu de zon eindelijk ook wat warmer was geworden, wisselden we onze avonturen uit. Lie vertelde hoe ze met de bus naar de tipi was gereden, hoe ze het daar met vuur niet warm had gekregen en hoe het verkeerslawaai in de buurt haar aandacht afhield van de mission at hand: het afdalen in de wortels van het Pionierschap. Waardoor ze had besloten naar huis te gaan om thuis in bed te slapen.

He, dat was duidelijk wat anders dan wat ik verwacht had te horen en het klonk heel wat minder diepzinnig dan de intenties die we voor vertrek hadden besproken. Daarbij vroeg ik me ook af of ik het me zelf niet wat makkelijker had kunnen maken dan. Door in Katwijk in een B&B te overnachten, of door altogether gewoon thuisgebleven te zijn. Want ik kon me aardig vinden in Lie’s vaststelling dat de automatische verbinding tussen pionierschap en het lijden, de offers en alles wat ten koste gaat van jezelf weliswaar onderdelen kunnen zijn van het pionieren, maar dat allang niet meer hoeven te zijn.

Waarbij ik me ook kon voorstellen dat ik het koude lopen had kunnen doorstaan doordat Lie dat niet had gedaan, en andersom. De wederzijdse afstemming daarin. De harmonie tussen de uitersten. Het mannelijke ‘ontberen’ naar buiten, en het vrouwelijke van het pionierschap: de bescherming en geborgenheid. Het klopte en we hadden allebei ultiem gehoor gegeven aan de vraag die we onszelf gesteld hadden.

En het klopte ook hoe we in alle fases van de voorbereiding en uitvoering steeds hadden kunnen terugkeren naar de initiële puls: de ontstaansreden van ons avontuur en de bedoeling die we daarmee nastreefden. Door de reis samen apart te beleven, door de bestemmingen te kiezen die klopten en door het comfort op te zoeken en uit de weg te gaan.

Voor we in de bus terug naar huis stapten, lieten we het ons smaken aan de gedroogde cranberries, walnoten en vijgen die Lie van haar helft van het avontuur had meegenomen. Koud had ik het niet langer, eerder gloeiden mijn ogen en wangen. In die luxe reisden we met gezinde spoed Haagwaarts, en deelden we nog eens wat highlights van onze tochten, zoals de bosuil van Lie en de vossen langs mijn route.

Tegen enen waren we terug bij de Fuutlaan waar mijn fiets geparkeerd stond. Samen begroetten en bedankten we de windrichtingen en de dragende krachten in ons avontuur. Onszelf en elkaar ook, waarmee we ook dit avontuur weer vrolijk gedag zwaaiden.

Nawoord:
Het gaat wel even duren voor ik weer eens een uitdaging als deze ten uitvoer breng. Lopen tot de zon komt heeft zich getoond als de afsluiting van een stadium dat in het teken stond van volhardendheid. Volgende ondernemingen zullen zich richten op het vieren van behaalde milestones en het vestigen van aandacht op wat al bereikt is en dat niet middels bevechting verworven hoeft te worden. Alles wat daar klaar voor is,  groeit vanzelf naar de zon.

En mede daarom staan per heden in de agenda gegrift:

Zondag 2 februari 2014 in Dordrecht: expositie van de eerste 52 pagina’s van NEW HORIZONS;

Donderdag 4 december 2014 op aansprekende locatie in Den Haag: feestelijke boekpresentatie NEW HORIZONS.

Verder op de hoogte blijven van de avonturen rondom NEW HORIZONS doe je het makkelijkst via:

– de maandelijkse nieuwsbrief Mee op Avontuur;

– Facebook: Bruno van den Elshout.

Advertenties

Over Bruno van den Elshout

Kunstenaar en strategisch conceptontwikkelaar
Dit bericht werd geplaatst in Gedachtekronkels, Handreikingen, Hersenspinsels, Horizonexpedities, Leuks uit 2013, Me myself and I, NEW HORIZONS, Nieuws, Ontmoetingen, Op reis (of: ~ geweest), Plannen 2013, Synchroniciteit en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Reisverslag ‘Lopen tot de zon komt’

  1. Pingback: 2013, een duidelijk geval van +1 | Ready2Amaze!

  2. Pingback: Maak werk van je droom #4: Ga door! | Ready2Amaze!

  3. Pingback: Maak werk van je droom #6: Durf te delen | Ready2Amaze!

  4. Pingback: Maak werk van je droom #8: Are you ready2amaze? | Ready2Amaze!

  5. Pingback: Killing darlings – het beeldselectieproces van NEW HORIZONS | Ready2Amaze!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s