Retourtje Harwich in 24 uur (deel 2)

<<…Wat voorafging

Tijd om van wal te steken en aldus wandel ik met nog steeds even weinig bagage naar de check-in desks. Niks vergeten? Niks vergeten.

Maar waar is iedereen? De hele terminal is leeg, op 3 youngsters na met wie ik ook al in de trein zat. Ook hier is de levendigheid ver te zoeken sinds de High Speed Stena Line uit de vaart genomen is. Verloren van Easyjet en de Eurotunnel. Word ik oud?

Weinig spannends bij de douane en dus verdwijn ik al snel in de lange slurf naar de boot. ‘Making happy times’ staat daar op, in een wankel lettertype. Ik ben met die uitspraak niet bekend, hij komt me wat kreupel voor. Maar nog erger is de TM die erop volgt. Een heldere geest heeft deze blijde kreet dus officieel ergens gedeponeerd, zodat anderen niet ook stiekem happy times gaan maken. Hmpfgr.

Aan het einde van de witte slurf betreed ik de boot. Er staan een mannetje in oranje veiligheids-hes, van wie ik me afvraag hoe hij zich tot de boot verhoudt. En wat hij precies van me verwacht. Wat er überhaupt van me verwacht wordt nu ik aan boord ben geraakt. Het wordt me snel duidelijk dat mijn persoonlijke aanwezigheid er totaal niet toe doet. Gelukkig weet ik min of meer toevallig de 9e etage te vinden, blijkbaar de verblijfplaats voor eenieder die zich de luxe van een eigen hut bespaard heeft. Ook daar geen ontvangstcomité, of -bord. Wel eindelijk wat volk, verspreid over diverse horecaruimtes. Van een welkom, persoonlijk of per bord, is nog altijd geen sprake. Als ik Paul Mijksenaar heette, zou ik van boord zijn gestapt om eerst een verkennend gesprek met de marketingdirecteur te voeren. Maar ik ben Mijksenaar niet en ik kom hier om uit te rusten.

Paul Mijksenaar in DWDD, over bewegwijzering

Paul Mijksenaar in DWDD, over bewegwijzering (klik voor videofragment)

En dus wandel ik, ongehinderd door enige planning whatsoever, een rondje. Kan ik ook naar buiten? Jawel! Aan de achterkant is een deursluis die ontsnapping biedt aan de zwembadkantine-atmosfeer binnen. Mooi zo. Maar kan ik ook naar de voorkant? Bij wie zal ik dat eens navragen? Het eerste bemanningslid in Stena-kledij ben ik nog niet tegen het lijf gelopen. Terug naar binnen dus weer, langs een ruimte waar 16 schermen in totaal 13 verschillende TV-progamma’s vertoond worden. Langs een luxe lounge, een bioscoop en de taxfree shop. Ik merk hoe ik overal alsnog welkom wordt geheten. Of eigenlijk alleen mijn portomonnee. Een bijzondere sfeer van transactie-voorwaardelijke gastvrijheid dringt zich op. Om hier contact te leggen, moet je eerst iets kopen. Dat komt in alles terug. Interessant. Interessant.

Bij de informatiebalie tref ik van hetzelfde laken een pak. Dit is geen informatiebalie maar een booking desk. Gelukkig kan de dienstdoende dame mijn vraag desalniettemin beantwoorden. Nee, het voordek is niet toegankelijk, vanwege veiligheidsvoorschriften. Bummer. Dan maar naar het achterdek, want buiten wil ik zijn.

Mocht u al lezend denken dat we al halverwege de Noordzee zijn: nee hoor. De motoren van de boot zijn nog niet eens gestart.

Ik pak een stoel op het dek, met de bedoeling die naar de reling te verplaatsen. Dat lukt niet. Hé, hoe kan die stoel nou zo zwaar zijn, vraag ik me naïef af, om me vervolgens te realiseren dat de stoel met een stalen koord aan het dek is bevestigd. Op een plek waar ik de horizon niet goed kan zien. Volgende optie: de bank langs de machinekamers. Die zit ook vast, maar daar kun je tenminste nog een beetje over heen en weer schuiven.

Zo, ik zit. Laat Engeland maar komen.

Ik mijmer nog eens wat na over de transactievoorwaardelijke gastvrijheid. En hoe iedereen zich erin lijkt te schikken. Zo uit die slurf het restaurant inkukelen, dan heb je het eerste uur van de reis alvast gedood. Voor die 7 andere is ook nog wel genoeg vermaak aan boord en anders biedt Dromenland uitkomst.

Veel zombies aan boord, en hier en daar wat kinderen van wie sommigen ook al halfway zijn dat te worden. Verbaasd kijk ik dan ook toe wanneer een lange dame in kleurige kleding het dek betreedt. Ze komt me licht-Surinaams voor. Maar belangrijker, ze glimlacht terwijl ze op de reling afstapt. Dat heb ik sinds mijn inscheping nog niemand zien doen. Fijn dat het nog bestaat, denk ik, terwijl ik verder ga met voor me uit te kijken. Zicht op het zuiden trouwens, op een heel dun en langgerekt eiland, waarachter water waarachter de Maasvlakte. Het is een rustige dag. Het zicht is wat diffuus, maar er hangt wel veel licht in de lucht.

Dan zie ik hoe de kleurrijke dame mijn kant op wandelt. Of ik even op haar rolkoffertje wil passen terwijl ze kijkt wat er op het hogere dek te zien is. Ik vertel haar dat ze niet verder kan lopen dan we van hier af kunnen zien, maar dat ze dat alsnog het beste zelf uit kan vinden en dat ik het geen probleem vind om in de tussentijd een oogje in het zeil te houden, haar koffer aangaand.

Ze is al snel weer terug om mijn bewering van zoëven te bevestigen, waarna het tot een gesprek komt. We vertellen elkaar onze beweegredenen voor de overtocht en worden zo nu en dan onderbroken door een tweetalige omroeper, die vooral vertelt waar men met korting geld uit kunnen geven. Met de nadruk op men want ook hier is taalkundig geen sprake van een uitnodiging maar van een opsomming aan observaties van mogelijkheden. Ik wil graag de kapitein horen vertellen dat hij vertrouwen heeft in een goede overtocht, dat hij goed voor ons zal zorgen en hoe de weersverwachtingen zijn. Al het andere doet niets anders dan het gesprek met Pearl – want zo heet ze – verstoren.

Het blijkt een wonder te zijn dat we elkaar niet eerder tegen zijn gekomen. Zelfs gisteren waren we op dezelfde plek, zij het een paar uur na elkaar. Bij de stoomtreintjes in het Zuiderpark. Maar we blijken in dezelfde buurt te zijn geboren, naar twee scholen zijn gegaan die juist naast elkaar liggen, bij dezelfde zwemclub onze diploma’s te hebben gehaald en allebei op de voorbije Week van de Ondernemer een verhaal te hebben verteld…

Ineens dalen er zwarte vlinders op het dek neer. Ha, de motoren zijn gestart. Het vertrek is aanstaande. En inderdaad, een kwartier later komen we los van de kade. Na een draai van 180 graden koersen we zeewaarts. Langs de plek waar ik een tijdje geleden met Lasse de Stena Line uitzwaaide, langs het lange havenhoofd en dan: open zee.

Lasse zwaait Stenaline uit, najaar 2013

Lasse zwaait Stenaline uit, najaar 2013

Het waait amper en er is weinig golfslag. Weinig kleur ook. Iets in het grijsbruine, maar zoals gezegd wel behoorlijk licht. Het gesprek met Pearl duurt nog wat voort tot we ineens allerlei kabaal horen van staal op staal. Zitten we naast de keuken? Nee, aan de andere kant van de machinekamer, om het hoekje, is een voetbalkooi, waar een stel gasten een potje doen. Dat klinkt gezellig en het lijkt er ook wat warmer, zo aan de zuidkant van de boot. We verhuizen ons gesprek er even heen, samen met de koffer.

Er melden zich kwallen in het water, dat rondom de boot een hele andere kleur lijkt te hebben dan in de verte. Mintgroen, melkachtig bijna. Via de kwallen komt het gesprek te gaan over verschillende manieren om aan je eind te komen en dat verdrinking daarvan de vredigste moet zijn. Niet mijn idee; wel dat van Pearl die zelf zwemles geeft. Aan volwassenen die het tijdens hun jeugd niet hebben geleerd en daar vaak veel angst en schaamte over hebben. Er volgt een verhaal over een jongetje van 3 dat met zijn vader het zwembad bezoekt. Vader staat te praten en denkt dat zijn zoontje naar het toilet loopt. In werkelijkheid loopt hij naar het diepe bad waarin hij binnen drie minuten verdrinkt. Hij schijnt een soort vredigheid over zich te hebben wanneer hij uit het water wordt gevist.

Oef. Ik denk me in dat het mij zou gebeuren. Ik zou niet weten waar ik het zoeken moest. Dat weet ik nu eigenlijk ook even niet.

Pearl vertelt dat ze gaat kijken of er nog een hut voor haar beschikbaar is, en ik blijf wat verdwaasd achter. Op volle zee.

Een weinig later vind ik het wel weer tijd om nog wat rond te banjeren. Eens kijken of ze een mooi miniatuurschip in de taxfree shop hebben. Leuk cadeautje voor Lasse, maar het feest gaat niet door. Er zijn wel wat schaalmodelletjes, maar geen mooie. En op rotzooi in huis zit ik niet te wachten. Jammer Lasse, en ik wandel weer verder.

Jan van Gent, foto: Andreas Trepte (cc)

Jan van Gent, foto: Andreas Trepte (cc)

Naar de boeg, waar van binnenuit toch een aardig uitzicht te bewonderen valt. Gelukkig zijn de stoelen daar niet vastgebonden, dus plaats ik er eentje frontaal bij het raam. Om rechtdoor naar buiten te kijken, recht de verte in. Kabbelende golfjes doorsnijden we met een tempo van, naar ik schat zo’n 30 à 40 kilometer per uur. Ik zie een mooie spierwitte meeuw die bij nadere langsvlieging een Jan van Gent blijkt. Volgens mij heb ik die nog nooit eerder live gezien, alleen in boekjes. Mooi, die afgetekende zwarte vleugeltips. Hoe ver zouden ze mee de zee op vliegen, die Jannen van Gent, of wonen ze hier? Al is het vandaag rustig weer, dat lijkt me nogal een opgaaf, zo out in the open.

Af en toe doemen in de mistige verte andere schepen op. Hoe groot die zijn, is steeds moeilijk in te schatten. Bij een tegemoetkomend cruiseschip tel ik de reddingsboten om m te kunnen vergelijken met onze veerpont. Zeven aan de zichtbare kant. Even onthouden straks te tellen hoeveel dat er ‘bij ons’ zijn.

Het gemiddelde uitzicht onderweg (NEW HORIZON #3404, 21.05.2012 - 20h00)

Het gemiddelde uitzicht onderweg (NEW HORIZON #3404, 21.05.2012 – 20h00)

Ik heb geen idee van het verstrijken van de tijd. Sowieso bevinden we ons inbetween time zones, maar ik heb ook geen telefoon bij me en heb geen klok in het vizier wegens all eyes on the horizon. Na een tijdje wordt het tijd om weer te bewegen. Ik loop van compleet vooraan naar helemaal achteraan, waarbij mijn oog valt op een samenreizend paar dat een gelezen-uitziene krant op tafel heeft liggen. Ik vraag of ik er een mag lezen. Het betreft de Leeuwarder Courant, die ook voor een non-lokaal heel behoorlijk te lezen blijkt. Later loop ik nog eens terug om ook de Volkskrant van ze te lenen, datmaal in ruil voor mijn eigen Trouw. Het levert een vriendelijk gesprekje op, dat alle partijen blij lijkt te stemmen.

Terug naar de voorplecht. Daar begint af en toe de zon door te breken. De horizon blijft goeddeels uit zicht, maar er tonen zich allerhande lichtvelden op het wateroppervlak. Ze doen me soms denken aan de lichtshow van de Eiffeltoren, die willekeurig opblinkende sterretjes in het water. De zon verdwijnt en verschijnt, maar blijft telkens versluierd. Soms zodanig, dat ik er recht tegenin kan kijken. Net als in m’n droom van laatst, alleen was het daar donkerder. Ik droomde dat de zon achter donkere wolken zichtbaar was, langzaam morfde in een vriendelijk gezicht en daarna in een grote munt of medaille.

Nu zie ik het live gebeuren. Zou ik misschien ook nog bruinvissen te zien krijgen? Het antwoord laat lange tijd op zich wachten, tot ik – misschien een paar uur later, dat weet ik niet precies – inderdaad een zwarte vin voorbij zie duiken. Ik spoed me daarna naar een zijraam van de boot om te kijken of ik het goed gezien heb, maar de herhaling van het schouwspel blijft uit. Heb ik er nou wel een gezien, of heb ik zo hard in de golven zitten turen dat ik m zelf heb bedacht?

De bruinvis in het filmpje van de crowdfundcampagne op Voordekunst

De bruinvis in het filmpje van de crowdfundcampagne op Voordekunst (op 1m20)

Een uur of wat later doet zich nog een bruinvisincident voor. Weer snel ik naar de zijkant van het schip. En ja hoor, ik zie de vin nog eens uit het water komen, en nog eens, en nog eens. Ik probeer er wat mensen op te attenderen, maar die zijn te druk met andere dingen en nemen mijn observatie ter kennisgeving aan. Terug naar mn plek weer, waar ik inmiddels ook een Murphy’s Stout heb laten aanrukken en een portie bitterballen. Wat een mooie breedbeeld-TV is dit, zeg.

Dan melden zich aan ‘mijn’ raam een moeder en jongetje. Ik vertel ze dat ik bruinvissen gezien heb, en dat we er misschien nog wel een zullen tegenkomen. Nog bijna voor ik uitgepraat ben, schiet er een voorbij, deze keer van rechts naar links. En aan de linkerzijde van het schip laat hij zich nog lang nakijken, met elke 25 meter (schat ik) een nieuwe plons. De moeder ziet de bruinvis wel, het jongetje niet maar toch lukt het hem in de pret te delen.

Een weinig later toont zich een donkere plak in de verte. Land! Steeds donkerder wordt het daar, en steeds verder strekt de plak zich uit. Langzaam toont zich een coulissenlandschap van rollende heuvels. Dankzij de langzaam zakkende zon krijgen de meeste vormen pas kleur wanneer we eraan voorbij gevaren zijn, zo de monding van… Uhm, hoe heet het hier precies… in.

Want het duurt nog wel even voor de eindbestemming in zicht komt. We hebben de afmeer-stellingen al in zicht als de omroeper vertelt dat we nog een uur hebben om ons op de ontscheping voor te bereiden. Maar ook dat uur vliegt voorbij en vlak voor we van boord gaan, tref ik Pearl weer op het achterdek. Ze heeft lekker kunnen uitrusten en is inmiddels nog met een andere dame aan de praat geraakt. De meeste andere reizigers zijn op het oog niet tot nieuwe kennismakingen gekomen. Jammer dat de overtocht daar weliswaar voldoende ruimte voor laat, maar blijkbaar niet voldoende toe uitnodigt. Ach, misschien zitten heel veel mensen daar wel helemaal niet op te wachten. Uiteindelijk heb ik zelf ook het grootste deel van de reis stil voor me uit zitten te kijken.

Voorafgaand aan de ontscheping zijn er wel wat mensen van Stena op de been om de uitgang te wijzen. Of eigenlijk vooral: om te vertellen waar ze niet moeten zijn, zodat ze zich van daar kunnen bewegen naar de plek waar ze wel moeten zijn. Uiteindelijk is er maar één uitgang, en komt het *dus* goed. Maar een gastvrij gevoel houd ik er niet aan over. Jammer, hoe de concurrentie met het vliegtuig wel tot bezuinigingen heeft geleid, maar niet tot plezierige differentiatie in de ervaring. Terwijl je ook om andere dan financiële redenen zou kunnen kiezen om niet het vliegtuig maar de boot te nemen. Zoals ik, in dit geval.

Op de route door de slurf volgt het gesprekje met de douane-beambte dat ik eerder als inleiding op dit hele verhaal gebruikte.

Tijd om het verhaal even te onderbreken. Deel 3 en laatst, volgt spoedig.

Advertenties

Over Bruno van den Elshout

Kunstenaar
Dit bericht werd geplaatst in Handreikingen, Hersenspinsels, NEW HORIZONS, Nieuws, Synchroniciteit en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Retourtje Harwich in 24 uur (deel 2)

  1. Pingback: Retourtje Harwich in 24 uur (deel 1) | Ready2Amaze!

  2. Pingback: Ready2Amaze!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s