24 uur Rust en Ruimte, beleef het mee:

24-uurs horizonobservatie #3, foto: Eric de Keizer

24-uurs horizonobservatie #3, foto: Eric de Keizer

Onderstaand tref je een verslag van de derde 24-uurs horizonobservatie zoals uitgevoerd in het kader van kunstproject NEW HORIZONS, alsook ter algehele ontspanning ende synchronisatie. Eerdere edities hadden als thema ‘Overvloed’ en ‘Moeiteloosheid’. Deze editie concentreert zich op het thema dankbaarheid, en heeft plaats tijdens de herfstequinox van het jaar 2014, op 21 september, van middernacht tot middernacht.

Stil is het, en donker, als uit de verte herrie aan komt rammelen. Het is tram 12, en de dienst voor de dag zit er op. Passagiers zijn er al niet meer aan boord. Bij de uitstaphalte hoeft niet gestopt te worden, voor de keerlus niet afgeremd. De eindbestemming op het display verandert binnen 180 graden van ’12 Duindorp’ in het quasi-beleefde ’12 Sorry, geen dienst’, maar dat is niet genoeg om mij ervan te weerhouden de tram tot stoppen te willen brengen.

Of ik mee mag rijden naar de remise. Dat scheelt me heel wat gesjouw met een backpack op mijn rug, een zakje op mijn buik, een tuinstoel onder mijn ene arm en een parasol onder mn andere. Gelukkig, de tram komt tot stilstand. Nog gelukkiger: ik mag instappen, nog gelukkiger: ik mag meerijden. Inchecken hoeft niet, de reguliere dienst zit er immers op. Vluchtig zwaai ik Sven gedag, om hem vervolgens achter te laten in dezelfde stilte waarin we er aankwamen. Nog voor ik kan gaan zitten, zijn we alweer rammelend op weg: door de lege straten en nacht.

Behalve de bestuurder zijn twee beveiligers aan boord. Een van hen is een Surinaamse dame, die wel benieuwd is “of ik soms op het strand heb gekampeerd”. Geen slechte inschatting. “Ik heb net 24 uur naar de horizon gekeken”, vertel ik haar, waarna ze wil weten wat het belletje aan mijn tas betekent. Ik leg uit dat ik dat ooit kocht toen ik een jaar door Europa reisde, en dat het me hielp om overal voor ongevaarlijke vreemdeling te worden aangezien.

Het klinkt haar allemaal onwaarschijnlijk, maar ze neemt het met een glimlach. Ik ook. Dit ritje heeft me zojuist een wandeling van een klein uur bespaard. Fijne tijdwinst, want morgen is het weer vroeg dag.

Kort voor 1 uur des nachts ben ik weer terug waar dit avontuur 26 uur geleden begon. En in de tussentijd heb ik heel wat meegemaakt…

Hoe het zover gekomen is
Zo’n reis naar de horizon begint verder van te voren dan je als argeloze buitenstaander misschien zou denken. Eigenlijk al op het moment dat de wens dat (weer) te gaan doen zich aandient. Gevolgd door de eerste aankondiging online, het afstemmen op een leidend thema – ditmaal Dankbaarheid, de vroege aanmeldingen. De praktische voorbereidingen, het in de gaten houden van de weersvoorspellingen, het incasseren van de afmeldingen van mensen die zich last-minute bedenken of verhinderd achten.

Ik ken en herken het patroon van de eerdere horizonobservaties, en van andere avonturen waar ik mensen mee op uitnodig. Dit keer zijn er in de laatste 24 uur no fewer dan vijf afvallers te betreuren, een nieuw record. Het zal vast iets met de weersvoorspelingen temaken hebben. Die zijn er in voorbije dagen niet beter op geworden. Harde wind aan de kust, kans op regen. Alleen de temperatuur kondigt zich gunstig aan. 15 graden ’s nachts en 18 graden overdag. En dan zijn er nog de persoonlijke factoren: met de uitdaging in het vooruitzicht krijg menigeen te kampen met preventieve fysieke weerstand in de vorm van vermoeidheid of ziekte. Daarmee om te gaan zorgt altijd voor weglekkende energie, maar het is zaak daarvan snel om te schakelen naar wat wél is, en naar wat wél staat te gebeuren.

Eén van de laatste voorbereidende passages voor een horizonobservatie is steevast de gang naar de supermarkt. Rantsoen inslaan. Vier vierkante chocoladerepen van Ritter, een pak knäckebrod met zonnebloempitten en nog een andere variant, met rozemarijn en zeezout. Een pak bronwater van Bar-le-Duc in Utrecht omdat er net werkzaamheden in de straat zijn geweest die het gebruik van mijn geliefde drinkwater fnuiken. Zakje krentenbollen en klaar is Kees. O en een krant. Niet om te lezen, maar voor tegen de wind. Toch de Trouw. Hoewel die ondanks aandringen nog nooit iets over mijn projecten hebben geschreven, voelt het als lijfsbedekking toch lekkerder dan de leugenachtige Telegraaf en de beursthermometer van het Financiële Dagblad.

Thuis gaan de voorbereidingen verder, met Lie, aan de telefoon. Voor wie Lie niet kent, zij is binnen de NEW HORIZONS bemanning mijn Wingflyer. De tweede ‘man’ die rugdekking levert. En in onderhavige situatie mede daardoor degene met wie ik de 24-uurs horizonobservatie ooit bedacht in the first place, op een koude dag in de winter van 2013. De eerste observatie (‘Over Eb en Over Vloed, 10.04.2013) brachten we grotendeels samen ten uitvoer en ook bij de tweede (‘Een Vrije Vlucht’, 22.09.2013) was Lie lijflijk present. De nachtelijke wandeling van de laatste Nieuwe Maan van 2013 (‘Lopen tot de Zon komt, 03.12.2013) bereidden we samen voor en trapten we samen af met een retourtje Strandslag 9 – Zandmotor. Als wij over de horizonpraten, dan hebben we het over hetzelfde. Of over Dezelfde zo je wilt. En over dezelfde grenzeloze mogelijkheden waartoe de horizon onherroepelijk uitnodigt.

Dit keer spreken we over de lastminute afmeldingen en hoe ook die passen binnen deze reis. Over de levenskwaliteit van merely showing up, over het vinden van een ideaal-elegante mix van in een elegante mix van vrijheid en commitment.

Nuwel, zeker met Dankbaarheid als thema is het belangrijk aandacht te geven aan wat zich aandient in plaats van hetgeen dat lijkt te ontbreken. Lie biedt aan kort voor middernacht een kaartlegging te doen, en de rest van de reis op afstand mee te reizen. Ze is daarin niet de enige. Vanuit Griekenland reizen Amy van Son en een andere reisgenoot met ons mee, gezeten aan Pelatha-beach op Corfu. En in gedachten zijn er nog wel meer mensen die op onze reis afstemmen, uit nieuwsgierigheid of meebeleven.

Na het gesprek met Lie schakel ik mijn telefoon uit. Hoeplakee.

(Aller-)laatste voorbereidingen
Om 11 uur gaat de bel en staat Sarah voor de deur. Ik stuntel half aangekleed naar de deur, nog op zoek naar tenminste de helft van mijn bagage. Fijn toch weer, het bij elkaar zoeken van alle spullen. Hoogtepunt is steevast mijn Zuidafrikaanse muts. Sanne vindt m lelijk. Bijna iedereen vindt m lelijk. Ik vind m mooi. Een vlag van verzoening, verbinding. Van een land, van bevolkingsgroepen, voorbij pijnlijke wonden uit het verleden. Mooie kleuren. En dat dan in mutsvorm, wat kan een mens nog meer willen..

Regenpak, dubbelaags trui, thermosokken en voor de verandring hardloopschoenen in plaats van een paar dat ik tot nu toe altijd warmer achtte. Onterecht, naar zal blijken.

We mikken op de tram van 22h42 naar Duindorp. Afscheid van Sanne, kusje aan Lasse en hup, de nacht in. We verslepen ons met compleet hebben en houden naar de halte Goudenregenstraat. De tram komt snel, en brengt ons naar zijn eindpunt: het Markenseplein. In de donkete ontwaren we in het schijnsel van een lantaarnpaal zovast deelneemster Yvonne en hulptroep Marc. Kort daarna komt Sven aan op de fiets, en Nathaliëtte en Eelco met de auto. Daarna vermoed ik het elf uur te zijn. We wachten nog op de volgende tram, om te zien wie daar nog mee aankomt. Mario. Maar ook na zijn aankomst nog geen spoor van Bart en Chiara, die ik ook verwacht aan te schuiven. Maar, de tijd wacht op niemand. En dus zetten we koers naar het strand.

We vormen een bijzonder gezelschap, zoveel bagage zeulend, op dit late uur en deze onwaarschijnlijke plek, in rupsvormige formatie omdat iedereen er een andere snelheid op nahoudt. De wandeling begint goed. Met zicht op een zandvlakte die het weinige licht dat er is, reflecteert en waartegen de bomen als silhouetten aftekenen. Een bocht later krijgen we de horizon in het vizier.

Nathaliëtte en Eelco dragen een pan soep, Yvonne een rolkoffer. Eerst door de duinen naar de stranslag, daarna nog een heel stuk over het mulle zand. Totaan de plek waar we de observatie dit jaar voorzien hebben, schuin links voor strandtent De Fuut.

Aardige mensen daar: een week eerder gaf ik er een lezing, waarbij ik over dit avontuur vertelde. Eigenaar Leo stelde spontaan voor dat we bij slecht weer ook binnen mochten zitten. Nu verlaat ik de groep even om dat aanbod praktisch af te stemmen. Het zou best eens kunnen dat we er gebruik van willen maken. Ik spreek af dat Leo de sleutel bij ons komt brengen zodra hij alles zelf klaar heeft. Hoe luxe wil je het hebben..

Eens dat gefixt is in het TL-licht, duik ik terug de nacht in. Tijd dan, om het begin van de 24 en groupe te markeren. Wanneer Marc vertrekt, is het is precies 1 voor 12, weet Nathaliëtte te melden. Komt dat even mooi uit. We vormen een cirkel, om en om mensen die tot zonsopkomst meereizen en mensen die de volledige 24 uur meemaken. Ik vertel over de oorspong en de missie van de reis, verstrek wat laatste instructies betreffende persoonlijke verantwoordelijkheid en het groepsproces en wens ons allemaal een mooie reis.

Los geht’s
Aldus installeren wij ons. Ik zit op kop, aan de kant van waar de wind waait. Dat is dit keer het Noorden. Schuin achter mij zit Sarah, dan in een boogje Mario, Nathaliëtte en Eelco, waarna Sven en Yvonne de gelederen sluiten. Zodra alle parasols en tenten strategisch staan opgesteld, nemen we plaats in onze eigenste openluchtbioscoop.

Fijn, het uitzicht. Ik heb er zin in, de komende 24 uur. Kom maar op horizon! Koud is het niet. Het waait wat, maar nog niets ernstigs. Het is droog. In de verte is het zwart, diepzwart. Onpeilbaar. Iets hoger in de lucht zijn stapelwolken te zien. Ook donker, maar vergeleken met het zwart van de horizon lijken ze zachtjes op te lichten, als watjes om een spaarlamp.

Op zee dobberen boten en boeien. Sommige zijn constant verlicht, andere knipperen. Links is de Tweede Maasvlakte duidelijk zichtbaar, als circus van kleurrijk licht. Achter ons reflecteren wolken het oranje licht van de stad en van de kassen in het Westland. Een paar keer per minuut scheert de lichtbundel van de vuurtoren van Scheveningen over het strand. Niet te missen als je er op let, maar anders al snel achtergrondruis.

Nee, de horizon doet zijn werk goed. Want snel wordt alles en iedereen rustig, ikzelf niet in de laatste plaats. Dankbaarheid dus, het thema. Ik denk na over de voorbije maanden. Nieuw leven, Elin. Het boek. Het gaat er komen. Onvermijdelijkheid van het heerlijkste soort. Dwars tegen de onwaarschijnlijkheid heen, voorbij de waan van de dag, het schaarse denken van vraag en aanbod. En wat nu het einddoel lijkt, zal straks pas het begin blijken te zijn. Het is tijd dat dankbaar en bewust mee te maken.

NEW HORIZON #5159, 02.08.2012 - 23h00

NEW HORIZON #5159, 02.08.2012 – 23h00

Oei, spetters. Snel, mn regenpak. Nat worden is killing. En zo in het donker is het ook niet makkelijk te voorspellen hoeveel regen er volgt eens de eerste druppels gevallen zijn. Maar het valt mee: nog voor iedereen goed en wel op zn/hr plek zit, is de regen alweer voorbij. En denk ik van onze zuidflank een individu te zien naderen. “Kijk, volgens mij loopt daar iemand”, zeg ik tegen Sarah. De persoon lijkt dichterbij te komen en heeft het postuur van Bart. De gang ook. Ik loop op hem af en heet hem welkom. Er volgen excuses en wat verwarring over de locatie. Niets om lang bij stil te staan. Bart groet de medereizigers één voor één, om zich vervolgens links naast Yvonne te posteren.

Dan komt Leo de sleutel brengen. Een geschikt moment voor een eerste stuk chocolade. De golven in de verte lijken dichterbij te komen. Ze klimmen langzaam op tegen de zandbank die ons scheidt van de waterlijn. Kruipen steeds vaker overheen. En langs, want niet allen recht van voren maar ook van de linkerkant begint zich de geul voor onze neus te vullen. Voller en voller, tot de golven zich niet meer laten tegenhouden en aan onze tenen komen kietelen.

Nathaliëtte en Eelco zoeken hoger grond op. Ik wil zo daar zo lang mogelijk mee wachten. Ik heb deze plek met zorg uitgekozen, in de verwachting dat het water precids aan onze voeten zal komen maar ook niet verder dan dat. Zulks wil ik nu graag zien gebeuren. Voor de zekerheid leg ik mijn tas wél een paar meter naar achter. Geen risico’s met de reserves.

Ik geniet van het naderende water en de gedachte dat ik het zal kunnen bedwingen door gewoon te blijven zitten. Maar er lijkt geen einde aan de toenadering van het water te komen. Ik begin met mijn voeten een klein dijkje omhoog te schoppen. Daarna met mijn handen. Het mag niet baten.Uiteindelijk stroomt het water er niet alleen overheen, maar er ook langs. Dan toch maar een meter toegeven. Vanaf twee meter verderop zie ik mijn dijk onder de klotsende golfjes bezwijken.

Alleen Mario heeft de guts om zijn positie te handhaven. Met zijn benen in de lucht ziet hij het water tot onder zijn stoel komen, maar ook niet verder dan dat. Kijkend naar de afdruk van mijnstoel had ik dat ook kunnen doen als ik niet met dat dijkje in de weer was geraakt.

Grappig is het, hoe spannend de vloed kan zijn op het geheel van een etmaal aan het strand. En dan te bedenken dat het iedere dag wel twee keer vloed wordt, terwijl ik daar amper ooit iets van merk.

Soep. Dit is een goed moment voor soep. Reisden we tot nu toe nog in het verlengde van de avond, nu staat de Nacht voor de deur. De lange aanloop naar de ochtend , terwijl de zee zich aan het terugtrekken is, de golven ons niet meer komen challengen en ook hun geruis langzaam in de verte zal verdwijnen. Dat is een goed moment voor soep.

Nathaliëtte zorgt voor de distributie. Tomatensoep betreft het. Smaakt goed, zo samen in de nacht met het uitzicht op de oneindigheid, die na deze korte onderbeeking en hergroepering zo mogelijk nog ondeindiger lijkt te worden. Ik verlies de grip op mijn gedachten, zeil zo nu en dan weg, om vervolgens zachtjes wakker te schrikken. Het deert me niks, heerlijk zo soezelen. De koppeling intrappen en uitrijden. Uitloggen van de tijd, wegdromen. En weet je, ik heb het niet eens koud. Vast dankzij die hardloopschoenen. Niet dat ze nou zo warm gevoerd zijn, maar ze passen wel precies. Niet te strak dus vooral. Fijn voor de doorstroming en doordat mijn voeten niet afkoelen, doet mijn lijf dat ook niet. Comfortabel als een koning.

Tot de wind aan begint te wakkeren. Want ineens maakt mijn parasol zich los uit de grond om er hals over kop vandoor te gaan. Heading: zuid, met een hogere snelheid dan ik in het zachte zand kan bijhouden, met mijn slaperige hoofd. Na een langs sprint, het moet een gek gezicht zijn in het holst van de nacht, geef ik het op en wacht ik tot de wind zijn greep op het projectiel verliest.  Dat gebeurt buiten mijn zicht, maar het gebeurt. Ver voorbij strandslag 9 vind ik m terug. Er is van alles aan verbogen. Voortaan onbruikbaar, helaas.

De rest van de nacht breng ik zonder windvanger door. Veel maak ik er niet bewust van mee. Verscholen in mijn capuchon droom ik weg, verder en verder. Het moet tegen vieren zijn als de eerste strandwandelaars me kort weten te wekken. Dezelfde mensen als de vorige twee keren, en weer schreeuwen ze luidkeels tegen hun twee honden. Ik vertel Sarah dat ik het zo gek vind dat mensen die zo vroeg op het strand wandelen zoveel kabaal maken. Dat verwacht je inde steegjes van de binnenstad, van mensen voor wie de avond maar niet af wil lopen. Niet van mensen die voor dag en douw opstaan om hun honden uit te laten.

Ochtendgloren
Fin bon. Niet veel later vraag ik me af of het al ochtend is. Het lijkt zoveel lichter. Zou het? Aan de horizon ontwaar nog steeds allerlei lampjes, dus helemaal licht is het nog niet. Ineens is Marion er. Ja, die zou een labyrint voor ons maken. Een moment later – ik ben duidelijk nog zo slaperig als wat en mis de helft van wat zich buiten mij om afspeelt – heeft ze dat ook gedaan, net achter de zandbank die door het laagwater volledig droog is komen te liggen.

Los van elkaar kiest iedereen ervoor het labyrint te lopen, Bart na korte persoonlijke toelichting van Marion omdat de materie voor hem nieuw is. Een mooi moment volgt wanneer Yvonne het hart van het labyrint heeft bereikt en in het westen een regenboog doorbreekt.

Ik probeer nog wat aan het daglicht te wennen en bekijk het labyrint en haar lopers vanuit mijn stoel. Pas als alleen Mario nog aan het lopen is, kies ik mijn moment. Het is intussen al aardig druk geworden op het strand. Volop passanten die soms dwars door het labyrint heen denderen en ons van de sokken lopen, al bewegen we ons in parallelle realiteiten. Als mensen die baantjes trekken in een zwembad, waarbij ik de meeste ervan verdenk het zwembad lieven voor zichzelf te hebben. Interessante studies in contextueel bewustzijn.

Ik zie het allemaal gebeuren, maar ook hoe het van me afglijdt. Mooi is het, om hier op dit moment te zijn. Nog moeitelozer dan alle voorgaande keren. Genieten domweg.

Oorspronkelijk was ik van plan om rond de zonsopkomst een duik in zee te nemen, net als vorige keer. Ik ben dat alweer vergeten wanneer Sarah zich klaarmaakt voor datzelfde. Dan kan en wil ik natuurlijk niet achterblijven. En dus pellen we zo’n 5 lagen kleding af en rennen we de zee in. Die is warmer en zachter dan de lucht, maar dat voel je er niet direct vanaf. Eerst even de kiezen op elkaar. Het zuur voor het zoet, herinnert u zich die uitdrukking… Hier in zee werkt het beter dan als verkiezingsbelofte van Balkenende cum suis. Heerlijk, zo’n volzintuigelijk verkwikkend begin van de dag.

Na het aankleden neem ik weer plaats in mijn stoel. Sarah, Bart, Nathaliëtte en Eelco bedanken en verlaten ons. Ook Marion verafscheidt zich, zij verzorgt later op de dag een tweede labyrint. Als onderdeel van de Dag van de Vrede, want dat is het vandaag. Je zou het niet zeggen, als je de kranten erop na slaat. Maar goed.

In viermansformatie blijf ik met Mario, Sven en Yvonne achter. Het halve tentje van Nathaliëtte is mijn nieuwe windvanger, en die doet het goed. Het strand is gaandeweg de ochtend veranderd in een bijzonder podium. Hardlopers, dagjesmensen, hondenuitlaters – een breed scala aan medemensen trekt aan ons voorbij zonder dat wij er ook maar iets voor hoeven doen. Wat zou het mooi zijn als het Sanne nog lukt om op bezoek te komen. Of wie weet Lie.

Wat vreemd is, quoi qu’il en soit: van al die mensen, en dat moegen er toch tegen de honderd per uur zijn, is er niemand die ons aanspreekt. Wel mensen die naar ons (om)kijken, en weer weg, meestal met een gezichtsuitdrukking van afkeer of een blijk van belachelijkheid. Of op z’n best: waaruit duidelijk is dat er geen wens of mogelijkheid tot verbinding bestaat. Alsof we van een andere planeet komen, of zij zelf dat doen. Alsof we het uitgesloten is dat wij ons tot elkaar kunnen verhouden. Ook dit kijk ik aan. Herkenning. Maar het mag allemaal. Onze missie komt er op geen enkele manier door in gevaar.

Behalve wandelaars passeert er dann und wann ook wat hemelse nattigheid, maar nooit is het veel. Wel begint het water uit de verte al weer iets op te kruipen. Eerst knaagt het aan het labyrint om het vervolgens finaal te overspoelen. Ik weet niet hoe laat het is, en vraag het me ook  iet af. Ik verveel me niet, amuseer me juist met de steeds hogere golven, de mooie wolken, de mooie kleuren, het heldere zicht. De ongehaastheid, nog vele malen groter dan tijdens een strandwandeling of een fijne vakantie.

Plassen doe ik, wanneer dat nodig is, aan de waterlijn – voor wie dat wil weten. Lastig met de wind, maar anderszins goed te doen. Verder hoeft er weinig, en verstrijkt de tijd alsof het niets is. Het wordt zonnig zelfs en ik hoor Yvonne aan Marco om zonnebrandcrème vragen. Het dunkt me tijd om even te gaan liggen. Ik doe dat en val pardoes in slaap. Geen idee voor hoe lang, gewoon tot ik weer wakker wordt en mijn plaats terug inneem.

De tweede helft
In de middag wissel ik wat van gedachten met Mario. Over zijn projecten, en dat zijn er nogal wat. Van architectuur tot schrijven, tekenen en performancekunst. Ik wist eigenlijk vooral van dat laatste. Als vanzelf komen we op het thema van veelzijdigheid, die van Mario in het bijzonder, en hoe je daarin een herkenbare lijn kunt aanbrengen. Ik vertel over mijn ervaring met Crossroad Europe in 2009. Hoe een boekwinkel het boek niet wilde verkopen omdat het niet in een bestimmte categorie paste. Story of my life, het nadeel van de twijfel krijgen omdat mensen wat je doet of maakt niet kunnen plaatsen. Ik herinner me ook hoe ik me realiseerde dat het ook niet zou gaan gebeuren, ik in een hokje. Anders dan mijn eigen hokje. Mijn eigen nader vorm te geven buitencategorie. Het is een belangrijk inzicht gebleken. NEW HORIZONS gaat er als eerste naadloos inpassen.

Tijdens het gesprek met Mario realiseer ik me hoeveel gave mensen ik de voorbije tijd ben tegengekomen. Mensen die het verschil willen maken, en dat niet alleen, mensen die dat tegelijkertijd ook ook doen. Die geen genoegen nemen met middelmatigheid en die de status quo niet bevechten, maar m met hun werk en denken wel im Frage stellen. En vooral: daar naar handelen. Werk maken van hun dromen. Niet vanuit egoïsme of eerzucht, vanuit exploitatiedrang, maar gewoon als vorm van expressie, gelijk het leven. Mooi, mooi, mooi. En in de tussentijd wordt het al langzaam weer vloed.

Wat er verder zoal gebeurt op het strand? Langswandelende mensen nog steeds, in groten getale. Ze komen steeds dichterbij ons langsgewandeld, want de strook tussen ons en de waterlijn wordt met elke golf een stukje krapper. Uiteindelijk moeten ze zelfs achterlangs om ons heen. En net als in de nacht geven we een meter terrein prijs aan de zee vooraleer de vloed over zijn of haar hoogtepunt heen geraakt. Je maakt wat mee, aan een stoeltje op zee.

De horizon is gerafeld door de golven die gaandeweg de dag steeds hoger reiken en steeds meer schuim maken. Het is een meesterlijk gezicht ze te zien aanwellen, elkaar opstuwend en over zichzelf en elkaar heen vallend. Door de overdrijvende wolken en hun schaduwen krijgen we in de verte alle kleuren geel, blauw en groen te zien, in stroken en vlakken. Dichterbij is bijna alles wit en schuim, zo gaat de zee te keer. Regelmatig poetsen we onzerlei brillen, om niets van het moois te hoeven missen.

NEW HORIZON #110, 05.01.2012 - 13h00

NEW HORIZON #110, 05.01.2012 – 13h00

Onder dat moois ook allerhande kitesurfers. Meestal trekken ze van rechts naar links voorbij, met spectaculaire jumps en rushes. Mee met de wind. Bij de Zandmotor komen ze samen, het is daar in de verte een bonte verzameling van kleurige macaroni’s in de lucht. Wat zit ik hier toch heerlijk. Zo los van alles en toch volledig geconnect. Op een stoel aan het strand, veel simpeler dan dat wordt het niet. En hoog in de lucht een vlucht ganzen op weg naar het zuiden.

De zon lijnt op met de vloedlijn. Dan zal het wel ongeveer 16 uur zijn. Op twee derde, nog acht uur genieten voor de boeg. Want zo voelt het. Nog veel moeitelozer dan de vorige keer, toen moeiteloosheid nota bene het thema was. Nu: geen kou, geen verveling. Wel: bruisende golven, wind en zon. Hé, als we daar Eric niet hebben. Met een supersonische cameracombinatie duikt hij op in het rechter deel van mijn gezichtsveld en omcirkelt hij ons. Tof dat er dankzij zijn bezoek mooie filmbeelden van onze onderneming zullen bestaan. Daar kan Bas Jan Ader nog een puntje aan zuigen.

Dreigende luchten
Met de avond in aantocht dreigt het weer om te gaan slaan. Grijze en stoere wolken drijven aan vanaf zee. Boven de horizon zorgen ze voor mooie diffuse kleuren boven ons. Wie dacht dat wíj de performance in dezen vertegenwoordigen, heeft het mis. Wij zijn slechts toeschouwers in ons eigen, en enige echte, Zuiderstrandtheater.

Waar het trouwens rustiger begint te worden. 18u, etenstijd. Marc komt weer op bezoek om Yvonne een warme maaltijd te bezorgen. Ook Marlies, deelnemer aan de Vrije Vlucht precies een jaar eerder, komt nog even op bezoek.

Ik neem nog maar eens een set krentenbollen tot me. Af en toe begint het te regenen. In de verte zien we schermen van zonlicht en regenwater. Een kaleidoscoop van elementen. Dat belooft wat voor de zonsondergang die ons te wachten staat, ware het niet dat de wolken steeds meer terrein winnen. Wat uiteindelijk rest zijn gekleurde luikjes in de wolken die af en toe oplichten. Langzaam valt de avond. Ik word er slaperig van en droom wat weg.

Als ik weer wakker word, is het donker. Behoorlijk donker, maar nog niet zo donker als toen we op het strand aankwamen. De lichtjes zijn alweer aan de horizon verschenen, op plekken die overdag onzichtbaar waren. Af en toe tonen zich sterren, op een gegeven zelfs de hele Kleine Beer, net als vorig jaar, recht voorboven ons.

Het einde lijkt te naderen. Ik ruik de stal. Bij de strandtenten gaat het licht uit, we zijn er nu vast bijna. Ik bijt me vast in die gedachte, en weg is de flexibele tijdruimte waar ik de hele dag zo lekker in heb gefloat. Op de valreep ga ik toch nog op zoek naar een mijlpaal in de verte. Maar er staat weinig groots meer te gebeuren. Er komt geen vloed meer, geen zonsondergang. Niks anders dat dat het straks twaalf uur ’s nachts is en nu nog niet.

Zo tel ik in het luchtledige af en af, zonder te weten hoe laat het nou eigenlijk is. Tot ik het niet kan laten om Mario te vragen wat de tussenstand is. Tien voor half twaalf. Nog 40 minuten, op het moment dat het er naar mijn idee nog maar 5 zijn. Ik kijk nog maar eens naar de golven. Veertig minuten op een etmaal, dat gaat wel lukken. Ik loop nog eens naar zee en terug.

Om 10 voor 12 meldt Yvonne dat het 10 voor 12 is. We komen overeen dat dat een mooi moment is om met inpakken te beginnen, zodat we om middernacht kunnen afsluiten en wegwezen. Alles zit van binnen en buiten onder het zand. Het windscherm is er aan de loefzijde deels onder verdwenen. Toch, vrij snel staan al onze bepakkingen en bezakkingen klaar voor ons vertrek. Tijd voor de afsluitende rondgang.

We posteren ons aan waterlijn en nemen in dankbaarheid afscheid van ons avonduur. Het is mooi geweest, dit trotseren der elementen. Voor mij zo goed als moeiteloos, op het laatste uurtje na. Maar dat zal ik snel alweer vergeten zijn, zodra deze observatie verworden is tot een opgevouwen herinnering.

Dit was het dan. Hier scheiden onze wegen. Mario loopt mee met Yvonne, die door Marc wordt opgehaald. Zij lopen via strandslag 9 naar de bewoonde wereld. Ik loop met Sven terug naar het Markenseplein. Het is de eerste keer in 24 uur dat we elkaar spreken.

Voor de rest is het stil en donker.

Aftermath:

Daags na de reis verneem ik dat kunstenares Nancy Kroon een werk heeft geïnspireerd op onze onderneming. Je ziet het onderstaand.

'O, die zee', Nancy Kroon, september 2014

‘O, die zee’, Nancy Kroon, september 2014

 

 


Wil je ook eens een 24-uurs horizonobservatie meemaken? Kijk op http://www.newhorizonsahead.nl/horizonobservatie of schrijf je in voor de nieuwsbrief Mee op Avontuur om te weten wanneer de volgende editie plaatsvindt.

Advertenties

Over Bruno van den Elshout

Kunstenaar
Dit bericht werd geplaatst in Droom en werk, Horizonexpedities, NEW HORIZONS, Nieuws, Synchroniciteit en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s