Blitzbezoek aan Milaan & World Expo 2015

— Exclusief, NU met niets dan low-res telefoonfoto’s!

Veel vakantie zit er dit jaar niet in, maar hoe fijn is het als er zich werkwege een gelegenheid aandient om naar Milaan af te reizen. Om aldaar de Wereldexpo te bezoeken waar ik in september een bijdrage aan mag leveren. Aan het Nederlands paviljoen in de maand dat de Provincie Zuid-Holland daar de invulling mag bepalen. Een visualisatie van de Warmterotonde: een project om restwarmte uit de Europoort niet langer als helaas-pindakaas-dus-lozen-we te beschouwen, maar te gebruiken om het Westland en de zuidelijke Randstad mee van warmte te voorzien. Wegbewegen van het Russische en Groningse gas dat daar nu voor wordt gebruikt.

In de aanloop naar deze korte excusrie heb ik al een paar dagen meegelopen met de directrice van het Programmabureau Warmte-koude Zuid-Holland: Maya van der Steenbergen. Die ik ooit ontmoette juist nadat zij in haar vinger had gesneden op het verjaardagsfeestje van wederzijdse vriendin Femke Wiersma, die weer mijn spreekcoach was toen ik vorig jaar meedeed aan TEDxLeiden. Zoals mijn bestaan heden ten dage van serendipiteit aan elkaar lijkt te hangen en hangt.

Meelopen dus, om de essentie van het project volledig te doorsnappen. En naar Milaan om precies te begrijpen in welke context die essentie straks te landen staat.  Mijn eerste vliegreis sinds de zomer van 2013, toen naar Budapest en van daaruit naar het grensdorpje Cered waar ik inwoners fotografeerde met hun waterputten.

Schiphol, 16h30
PHOTOLOGIX_SlaapplaatsEn dat was dan van Eindhoven, Schiphol was al Veel langer geleden. Full-body scans, en ineens zijn in de lounges overal – zelfs in cheap ass terminal M – stopcontacten en plezierige zitgelegenheden waar ik grif gebruik van heb gemaakt. Mooie foto’s ook op weg naar de gate, van Karel Tomei. Heel erg Nederland, heel erg welcoming zonder over de top te zijn, en vooral: geen commercieel gelul. Geen Here I come, in-laws zoals op een aantal instapslurven in het luchtledige staat geleusd met als afzender de oranje leeuw van de Interationale Nederlanden Groep.

Bij de gate wordt al volop met de handen gesproken. Zo kom ik al vroeg in de sfeer van het naar Italie gaan. Fijne voorpret. Een slaapplek voor de nacht heb ik trouwens nog niet gevonden. Ik had die natuurlijk kunnen boeken, een hostel of hotel. En ik heb ook zeker rondgekeken wat er zoal te koop was, maar ik kreeg er geen goesting van. Liever het avontuur. Dus: een foto van het vliegtuig ten tijde van de instap, met daarbij een kennisgeving van mijn slaapplekkeloosheid. We zien verder wel hoe het gaat.

Na correcte doch altijd opvallend gehaaste mededelingen van het cabinepersoneel, taxien we in onze Airbus 319 aan op de Kaagbaan en vertrekken van daar in zuidwestelijke richting. Lijf en leden tegen de stoel gedrukt en HUP, dat gekke draaiierige gevoel bij take-off waardoor ik me altijd zo’n 5 seconden gewichtloos in mn hoofd voel. Vlug door de wolken en beyond. Het blijft wonderlijk, dat dat allemaal zomaar kan. En hoe snel het ook afgelopen kan zijn als er een paar kleine dingen samen verkeerd gaan.

Leuk aan zo’n verder vrij onprettige opstelling, 2x 3 stoelen x een stuk of 30 rijen, is dat je van tenminste een aantal mensen precies kan zien wat ze uitspoken. Hoe ze omgaan met in dit geval zo’n anderhalf uur non-time. Ik zit op 2E, dus aan weerszijden ingeparkeerd. Links een meneer van rond de 60 die op zijn tablet een kaartspel doet dan ik niet ken. Ik zou dat pas gaan doen als ik het eeuwige leven had, kaartspelletjes om de tijd te verdrijven. Dan liever uit het raam kijken. Dat doe ik langsheen de dame die zich rechts van mij bevindt. Ze is fanatiek in uitgeprinte excelsheets aan het werk.

Wanneer ik later met haar aan de praat raak, blijkt ze voor een grote kledingfabrikant te werken en op weg te zijn naar een salesbijeenkomst in Milaan. Het blijkt om damesondergoed te gaan, waarbij ik snedig doch volstrekt voorspelbaar opmerk dat het spijtig is dat er op al die bladzijden dan alleen maar cijfers te zien zijn. Toch lijkt het vaak zo te gaan. Het gaat ergens over en dat is dan interessant, maar het gesprek en denkwerk gaan toch in de eerste plaats over de cijfers…

Samantha heet ze, ze komt zelf uit Italie en we wisselen nog wat verdere communicatie uit voor we al snel weer vaste grond onder de voeten hebben. Milaan Malpensa calling. Ik heb in de tussentijd nog niet geheel bedacht wat ik nu eens qua slapen zal doen. Van een jeugdherberg die ik heb opgezocht, heb ik genoteerd hoe ik er zou kunnen komen. Maar wie weet is Milaan wel zo’n leuke stad dat als je ergens een leuk cafe vindt, dat je het er tot laat in de avond uit kunt houden waarna het ook al snel weer ochtend wordt…

Malpensa, 20h00
Terwijl we het vliegtuig verlaten, informeer ik naar de plannen van Samantha. Als het gesprek daarna gaat over verblijfplaatsen en ik vertel dat ik die nog niet geboekt hebt, voel ik me ineens een zeer vage vogel. Zeker als ik er na het kopen van een buskaartje naar de stad plots meld dat ik iets vergeten ben in het vliegtuig. Echt waar: mn blauwe koffertje.

En dus zeg ik dag en vertrek op onderzoek. Naar iemand van Easyjet in de vertrekhal. Die sturen me terug naar Aankomst. Daar zit ergens een meneer die wel even wil bellen of er iets gevonden heeft. Of ik even 10 minuten wil wachten. Dan nog eens een kwartier. Dan tot het vertrek van de volgende vlucht. Ja ze hebben m gevonden. Maar de volgende vlucht heeft vertraging dus ze kunnen m niet brengen. In de vertrekhal scoor ik een lousy stuk pizza. Maar lousy pizza in Italie is nog altijd bovengemiddeld smakelijk naar Nederlandse maatstaven. Terug naar de aankomsthal. Nee die andere vlucht is nog steeds niet vertrokken. Weet je wat, je mag terug naar de bagagebanden, meld je bij de Lost & Found.

Goed, dat alles houdt aan tot voorbij 22u. Gelukkig bedenk ik dat het allemaal niet uitmaakt. Ik stel me even voor dat alles wat er gebeurt, precies gebeurt zoals het de bedoeling is. Aan mij om die bedoeling te doorgronden. Voor het geduld een plezierige exercitie. In het vliegtuig had ik al bedacht dat ik onvoorwaardelijke gastvrijheid zou gaan opsporen, vrij naar de hoofdpersoon uit Paolo Coelho’s Alchemist. Die moet Leven zoeken in de woestijn, wat hij na enige twijfel doet door zijn paard de vrije teugel te geven. Die vindt vervolgens een slang en vervolgens loopt alles natuurlijk goed af, enige tegenslagen onderweg daargelaten.

Op de laatste procenten van mijn telefoon ontvang ik onverwachts SMS-bericht van Sarah. Of ik  nog interesse heb in een slaapplek! Welallerzekerst! In het bijzonder nu het naar verwachting al ruimschoots donker zal zijn vooraleer ik daadwerkelijk in Milaan geraak, vanaf het vliegveld nog eens 45 minuten rijden.

PHOTOLOGIX_Kofferterug-5137Enthousiast meld ik me, zowel bij haar als bij de dame die ze via-via bereid heeft gevonden mij te hosten. Viviana, van wie ik direct ook adresgegevens ontvang. Ik vraag me af of ik intussen niet te oud ben voor dit soort avonturen, maar stel tegelijkertijd vast van niet. Het ontstaat allemaal vanuit vrijheid. Niet vanuit gebrek, niet vanuit het idee te komen profiteren. En des te meer vanuit het idee dat ik ook iets kom brengen. Ansichtkaarten, ideeen, maar ook gewoon mijn eigen zelf. Los van hoe arrogant dat zou kunnen klinken, en hoe onconventioneel misschien. Vooral ten opzichte van de manier waarop je als zakenreiziger – want dat ben ik – geacht wordt te handelen. En Kijk! Daar is mn koffertje weer!

Downtown Milaan, 23h00
Dus. Hop, de bus op door de duisternis en daarna vanaf het Centraal Station de metro. Eerst langs hotel Pierre, waar twee medewerkers van de Provincie resideren. Zij hebben mijn toegangskaartje en dat staat me eerst te bemachtigen. Onterecht heb ik vermoed dat Viviana in dezelfde buurt woonachtig is, wat me op een fikse detour komt te staan. Pas om kwart voor twaalf bel ik bij haar aan. Schandalig laat, al houd ik haar steeds op de hoogte van mijn voortschrijdende Expected Time of Arrival.

Het gebouw waarin Viviane woont doet Barceloons aan, met zo’n klein liftkoooitje in het midden en verder een heel hoog trappenhuis. Op de 6e etage moet ik zijn. En waarempel, ik mag dus zomaar bij iemand binnenlopen van wie ik anderhalf uur eerder het bestaan niet eens had vermoed.

Ik verontschuldig me voor de vertraging die ik onbedoeld heb opgelopen en bedank voor hoe gaaf ik het zomaar bij haar op bezoek mogen komen ervaar. Op tafel staan allerlei kleine lekkere dingen klaar, uit diverse Italiaanse regio’s en van diverse familieleden van Viviana, aldaar gevestigd. We praten over van alles, nemen er een biertje bij, bespreken wederzijdse reizen en wie wie nu eigenlijk kent waardoor wij elkaar treffen. De stand van zaken in Italie en Viviana vertelt me over haar eerdere bezoek aan de Wereldexpo. Ik ervaar het alles als bijzonder plezierig en ontspannen, ik voel me heel erg in Italie.

Ik mag slapen op de bank in de huiskamer, die heel comfortabel ontvouwt. Warm is het wel. Buiten zelfs ’s nachts nog boven de 25 graden. Overdag voorafgaand ruim boven de 30, overdag aanstaand tegen de 40.

We spreken af dat we de volgende ochtend samen koffie gaan drinken voor we alweer afscheid nemen. Want de gezelligheid doet er niets aan af dat er de volgende dag gewoon gewerkt moet worden, en dat ik ’s avonds na het eten alweer op weg naar huis zal zijn.

Uit de veren, 7h30
PHOTOLOGIX_Koffie_Milaan-5142Het zal een uur of half acht in de ochtend zijn wanneer ik de vouwdeur van de badkamer hoor klapperen. Tot zover de nachtrust, welkom dag. Tijd om te gaan doen waar ik voor gekomen ben: de expo bezoeken. Maar eerst wisselen we nog een steen uit. Viviana biedt me er een aan die ze op Sardinië heet gevonden, een zwarte. Ik heb mijn sodaliet uit Zwolle bij me, dat hier hier graag achterlaat. Dan alsnog koffie. En een Italian-style croissant. Om de hoek van het huis van Viviana. Ik informeer ook gelijk of er kappers in de buurt zijn, want dat is mijn Alledaagse Activiteit die ik ditmaal ten uitvoer wens te (doen) brengen.

Bij het afscheid beloof ik te berichten hoe het allemaal gegaan en geweest is. Leuk ook om vooraf vast te stellen dat, ijs en weder diendende, in september alweer terug zal zijn. Met moois.

Ik loop langs de rode metrolijn, maar dan op straatniveau, richting stadscentrum. Het vinden van een kapper neemt de nodige tijd in beslag, maar ik vermaak me prima met het uitzicht op alle mensen, verkeersborden en voorvallen in het straatbeeld. Heerlijk, zo in het Buitenland rondwandelen. Redelijk onopvallend, heb ik het idee, opgaand in wat er zich verder allemaal afspeelt.

Dan toch een kapper vindend. Die ik niet kan verstaan en hij mij ook niet. Toch wisselen we woonplaatsen uit, hij is Marokkaans en komt uit Marrakech. Grappig in dit licht dat ik op mijn wandelroute wel al eerder een Chinese kapper was tegengekomen, maar niet voor niets in Italie was en dus ben doorgelopen. Anyway. Op Google mag ik een kapsel uitkiezen. Nou huppa die maar. En zo vermaak ik me another half uur, en neem ik daarna alsnog de eerste de beste Rode Metro naar de Wereldexpo.

Ter plaatse, 11h00
Het is een drukte van belang, al valt het bij de toegangspoorten alsnog mee. Die zijn duidelijk op nog vele malen meer traffic berekend. Serieuze controlemaatregelen trouwens, als bij een vliegveld. Dan doemt vanaf de traverse over snel- en spoorweg een gigantisch gelegenheidspark op, met vreemde architectonische constructies. Het eerste paviljoen is dat van de Verenigde Naties: heel groot opgetrokken uit hout, met een boom die door het dak groeit. In de zon staat een rij mensen te wachten om groepsgewijs binnen te mogen treden. Met nog ruim een uur te gaan totaan mijn afspraak schuif ik rustig achteraan.

Binnenin tref ik een veelheid aan projecties, modellen en sculpturen die gaan over voedselzekerheid. Het meeste indruk maakt een heel groot scherm met de prijzen van grondstoffen – en de boodschap dat speculatie met voedselopbrengsten een belangrijke reden is van de oneerlijke verdeling van voedsel. Lees: omdat mensen op een plek geld willen verdienen aan voedsel dat ze niet zelf opeten, hebben op andere plekken mensen honger. Ook een informatiepaneel over de Voedselparadox (op de ene plek te weinig, op de andere plek zoveel dat het wordt weggegooid En mensen uit hun voegen barsten) maakt indruk. Serieuze materie, dit.

Pas na het VN-gebeuren bemerk ik hoe de expo in elkaar zit. Hij bestaat hoofdzakelijk uit een Hele Lange Centrale Laan, anderhalve kilometer lang, met aan weerszijden tussen de 50 en 500 meter aan vertier, vermaak en informatie. Een vreemde wereld in een wereld, een raar geisoleerd ecosysteem, maar wel een dat de moeite van het zorgvuldig bestuderen bijzonder ruim waard is. Ik bezoek Wit-Rusland, benieuwd wat die te melden hebben. Veel vrolijke informatie over hun democratische leider en dito staatsinrichting (proest), vermeerderd met een winkel met allerlei lekkers waarbij vermeld dat het niet te koop is wegens: expomateriaal. Hmmm. Dat zou wel eens waarheidsgetrouwer kunnen zijn dan ze lief is… Ook interessant: grote rijen bij Kazachstan. Zou dat door die ene gast komen, Ali G? Ik moet er wel gelijk aan denken. En ook interessant: landen die Democratisch in hun officiele naam hebben. Of People’s. Want die zijn het doorgaans het minst.

Uit Wit-Rusland. Maar niet te koop.

Uit Wit-Rusland. Maar niet te koop.

Nog steeds ruim voor verwachte aankomsttijd wandel ik het Nederlands paviljoen in. In eerste instantie verwart het me. Wat is dit? Geen gebouw, weinig structuur, wat losse kraampjes en tenten. Weinig volk op de been. Hoe dat allemaal zit, wordt me kort daarna duidelijk als ik in het restaurant, helemaal achteraan op het Hollandse plot, in gesprek raak met een van de dames die er werkt. Kim heet ze, een stagiaire uit Eindhoven, die samen met twee collega’s alle horeca-activiteiten aanstuurt. De hele expo lang, bijna een half jaar dus.

Ik heb ruim de tijd om haar te bevragen, want Jean-Pierre en Dustin zijn twee tafels verderop nog uitgebreid in gesprek met de mensen van de Nederlandse Stichting World Expo. Het gaat over de activiteiten tijdens de maand dat de Provincie Zuid-Holland de zaak animeert – dezelfde maand dus waarin mijn visualisatie te zien gaat zijn.

De opbouw van het paviljoen heb ik tot mijn gesprek met haar niet kunnen doorgronden. Dat verandert als ze vertelt dat het juist een festivalsfeer uit wil stralen. En dat het dat in de avond ook uitgebreid doet. Nederland staat er zelfs bekend om. Dáár moet je zijn om ’s avonds plezier te hebben: Nederland Feestland. Jammer dat ik dat niet ga meemaken – met mijn terugvlucht om half negen. Maar het verklaart een hoop. De samenhang tussen de tenten, de stalletjes met eten, het reuzenrad, de vijver. Alleen de spiegeltent in het midden, die het paviljoen belevingstechnisch in tweeen breekt, die blijft me een raadsel.

Vooraanzicht Nederlands paviljoen. Links Polen, rechts Frankrijk.

Vooraanzicht Nederlands paviljoen. Links Polen, rechts Frankrijk.

Goed, in deze context gaat het dus gebeuren. Ik bekijk de verschillende bruikbare oppervlakken, de ophang- en staconstructies, hoe ik mensen zie lopen, wat ik ze zie doen. Waar ze voor komen. Positief: het paviljoen is vele malen opener dan bijna alle andere paviljoens. Je kunt er overal op en af, er is veel ruimte ten opzichte van materie – sommige landen hebben de hele boel volgestauwd maar dat is hier duidelijk niet het geval. Eigenlijk is het een ideale chill-plek, een ontmoetingsplek maar dan wel als het minder warm is dan nu. Ik ben er helemaal klam van. Gelukkig dat ik voor verderop de dag nog een apart schoon T-shirt heb, want het is bijna niet te doen.

Na nog een paar rondjes voeg ik me alsnog bij Jean-Pierre en Dustin. En Steven, die lokaal alles weet en daarmee voor de komende weken een ideale gesprekspartner is. We proberen met vereende krachten de spiegeltent van het terrein te ditchen, al ziet het er niet naar uit dat dat gaat lukken. We zijn wel niet de eersten die erover struikelen.

Samen maken we een paar rondes, delen wat inzichten, ik meld wat ideeen, zij brengen wat eerste vorm in hun plannen aan. We concluderen dat het goed is om een visuele voorstelling te combineren met activiteiten. Vooral overdag, wat nu overduidelijk Daluren zijn. De crew ter plaatse houdt zich dan vooral bezig met het vermaken van zichzelf en elkaar. Wat ook leuk is, maar er kan zoveel meer. Leuk ook in dat licht, om met Kim gepraat te hebben – om feeling te hebben met hoe het gebeuren zich voor de dienstdoende mensen allemaal ontvouwt. Uiteindelijk zijn Zij het die de doorslaggevende verantwoordelijkheid hebben om er iets van te maken. Zo heb ik dat ook in Panorama Mesdag ervaren. Mensen komen er wel. Als niet veel, dan wel weinig. De vraag is vervolgens wie en wat die mensen treffen. Wat ze er gaan Beleven.

Dat gaat goed, en dus zijn we ook snel weer klaar. Ik weet genoeg. Voor nu dan. Een plek in de eerste tent, een taartpunt daar, dat moet het worden. En omdat het buiten zo licht is, is het ook belangrijk dat het iets wordt dat zelf licht geeft of reflecteert. Ik stel me in dit stadium een flatscreen voor, met daar overheen een paneel waaruit een grafische voorstelling is gefreesd. Het zou leuk zijn als er een paar knoppen aan zitten waar je als gebruiker wat mee kunt. Goed, ik loop even voor mijn eigen muziek uit. Het moet zich allemaal nog maar voegen.

Resten mij nog diverse uren om nog andere indrukken op te doen. Ik lunch in Afghanistan, smakelijke dumplings met vlees van binnen en yoghurt en kikkererwten van buiten. Geen idee wanneer ik nog eens in die gelegenheid zal zijn. Naar de Verenigde Arabische Emiraten ben ik benieuwd, maar die blijken een op het eerste gezicht onzichtbare wachtrij te hebben van een uur. En in het massieve fort dat ze hebben opgetrokken, hoewel bijzonder fraai, ziet het er niet uit alsof je via andere toegangsroutes welkom bent of ook maar iets te zien zult krijgen.

Rusland heeft een indrukwekkende entree, met als voorpost een hele mooie kaart van het land die is uitgetekend met verschillende graansoorten tussen twee transparante panelen. Heel mooi. En he, dat eilandje linksonder, dat hebben ze ook gelijk opgenomen. Geadopteerd. De Krim. Zo snel kan het gaan… Verder mooie verhalen over de grootsheid van het land, de natuurlijke rijkdommen, de waterreserves. Allemaal onvertogen woorden, veel mooie profilering van wetenschappers en de wetenschap. Een pruttelend laboratorium zoals je het zou kunnen kennen van postzegels uit de jaren 80 met CCCP als opschrift – maar dan in felle kleuren. En een restaurant waarvan een deel is uitgebeeld als een deel van de Trans-Siberiëëxpress, compleet met ramen en daarachter een film van het prachtige landschap. Ja, dat kunnen ze goed aan het Oostfront, mooie verhalen vertellen. Trots inboezemen, gemixt met angst ook voor wie uit de pas loopt.

Beter dan bij het paviljoen van de Europese Unie, waar ik bij toeval op stuit wegens volstrekt afgelegen van de gangbare routes. Ik vraag me af hoeveel volk er op de been zou komen voor een Euro-expo, vergeleken met een World-Expo. Ik zie het niet gebeuren. Ik vraag me af of er iets is doorgedrongen over de gang van zaken rondom Griekenland, maar daar is niets van te zien of horen. Hier is het rozengeur en manenschijn, met een technisch bijzonder goed uitgevoerde en multizintuigelijke filmproductie over… Een liefdesgeschiedenis tussen een Europese boer en een Europese wetenschapster. Heel zoetsappig, oneindig politiek correct, en daardoor volstrekt ongeloofwaardig. En kostbaar tot en met. Dat geld hadden ze beter anders kunnen besteden. Ontstemd wandel ik verder. Op zoek naar Griekenland, dat ik slechts met een omweg vindt.

Als onderdeel van het Mediterrane paviljoen, dat van de buitenkant gesloten oogt en alleen vanaf een binnenplein toegang biedt tot de deelnemende landen. En in het Griekse gedeelte zijn ze niet veel verder gekomen dat het neerzetten van een paar flessen olijfolie en het neerleggen van een aantal toeristische folders. Toch voelt het beter dan bij de EU. This is it. Volgende keer beter.

Want ik heb me al verbaasd over de toch duidelijk zichtbare deelnames van landen als Sudan en Angola (want: arm), of Vanuatu en Kirabati (want: hoe ver weg wil je het hebben). Bij de VS heb ik even gekeken en trof me vooral een verticaal watergordijn waarin letters uit de lucht vallen. Heel gaaf, hoewel onleesbaar. Na zonsondergang vast beter te doen. Ik puzzel even op hoe je zoiets voor elkaar zou kunnen krijgen, zo met dat water. Kom er niet uit en laat het erbij.

Langzaam wordt het tijd me voor te bereiden om mijn vertrek. Ik wandel van de hoofdlaan weg om een van de bussen te scoren die om het terrein circuleren. En van daar terug naar de ingang. De laatste directe bus naar het vliegveld vertrekt al om 18h00. Dat is ruim op tijd voor mijn vlucht van 20h35, maar toch mik ik liever op nog een half uur eerder. Wie weet welke files er staan, en vooral: wie weet hoeveel mensen er de laatste bus gaan nemen.

Terug bij de ingang hoop ik nog iets kleins te eten. He, Ierland, daar wil ik wel buurten. Jammergenoeg blijkt alleen de begane grond van hun constructie te zijn ingericht – ook al zijn er nog twee etages waarvan er een volgens de plattegrond toch duidelijk als restaurant was bedoeld. Tsjechie dan. Mwah. Wel leuk dat ze een zwembadje hebben waar veel mensen jong en oud gebruik van maken. Maar er blijkt weinig te beleven, en op de pretzels die ze verkopen zit komijn – wat ik nou net weer niet zo lekker vindt.

Ik vind soelaas bij de Belgische buren. Friet en bier. Was ik eerder nog Afghanistan verkoos boven het eigen Nederland – waar bitterballen aan nietsvermoedende Italianen worden voorgesteld als gastronomische hoogstandjes van gekruide vleesragout met een krokante bite – bij deze gelegenheid ben ik minder kieskeurig. Wel jammer dat de keuze uit Belgisch Bier beperkt is tot Stella Artois, maar wel weer tof dat ze op hun flatscreen gewoon de Tour de France zitten te broadcasten omdat ze dat zelf nou eenmaal heel leuk vinden.

Vertrek, 17h12
Als ik mijn telefoon nasla op de tijd, blijkt het 17h12. Achttien minuten om het terrein te verlaten, wat niet veel is omdat ik wel ongeveer maar niet precies weet vanwaar de bussen vertrekken. En nog steeds is het onverminderd warm, waardoor mijn rugzak zowat aan mn rug zit vastgeplakt. Toch, flink doorstappend op tijd bij de bushalte, dus zal het allemaal wel goed komen.

En dat doet het, want terug op het vliegveld krijg ik onverwachts koffie aangeboden. Door Moreno, zo blijkt de meneer te heten bij wie ik gisteren als eerste gewag maakte van mijn missende koffertje. Dit keer staat hij bij de security aan de incheck. Ik herken m en groet hem, waarna hij uitvoerig bedankt voor de ansichtkaarten die ik hem heb gegeven – en me dus uitnodigt voor koffie. Wordt uiteindelijk een ijsje trouwens, maar hoe gaaf anyway, weet je. We wisselen wat van gedachten, ik vertel nog wat over de reden van mijn komst, de terugkomst in september. Het gaat allemaal met handen en voeten – waar kun je dan beter zijn dan in Italie – maar erg plezierig me ook in deze situatie zo Welkom te voelen. Fijn dat alles gewoon helemaal niet zo ingewikkeld is als het soms lijkt.

Na dit onvermoede treffen heb ik nog altijd zeeen van tijd voor de vlucht naar Amsterdam vertrekt. Sterker nog, er staat zelfs nog een eerder vliegtuig van Easyjet voor Amsterdam op de borden. Omwisselen? Neh. Kan waarschijnlijk niet eens. Ben ook al ingecheckt enzo. Mooie gelegenheid dan om aan mijn reisverslag te werken. Eigenlijk staat de horizonbeleving vooraan in de wachtrij, maar wat als ik dit gewoon hup voor de neus weg tik? Zittend op de grond ter hoogte van een stopcontact, hier op Malpensa minder rijk vertegenwoordigd dan op gisteren vertrek- nu aankomstluchthaven Schiphol?

Al typend kijk ik naar de mensen die passeren. Elegante en welgevormde dames hier in Noord Italie, dat is me niet onopgevallen gebleven. Ze lijken hier alleen wel andere oksels te hebben dan in Nederland, maar wat het verschil is – dat is me nog niet duidelijk. En voor de heren allerlei bijzondere kapsels, en creativiteit met snorren, baarden en andere woudvorming. Ik zou er thuis niet mee wegkomen, zullen we maar zeggen.

Ja, een mooie reis is het zo. Heerlijk rustig aan gedaan, en toch doelgericht ter plaatse. Precies goed. Geen stress, zelfs bij het vliegen waar ik een jaar of 10 geleden vaak moeite mee had.

PHOTOLOGIX_Cockpit-5178

Kijkje in de cockpit, juist voor vertrek

Terwijl ik typ gaat de zon langzaam onder en komt Schiphol dichterbij. Mijn buurman vertelt me over zijn reis, op zoek bij een bedrijf dat triltrommels maakt, die het bedrijf waarvoor hij zelf werkt weer helpt om nog sneller scheerschuim te verpakken. Fascinerende materie, al strekt het wat ver op ook dat hier nog eens uit te meten.

En dus rond ik af met de mededeling dat we op de Polderbaan zijn geland, en dat het in Nederland meer dan 20 graden kouder is dan in Milaan. Verschil moet er zijn.

Mooi was het. Tot in september Milaan, en dank aan alle toffe mensen die ik in dit korte tijdsbestek heb ontmoet!

Veilig terug thuis om 23h45.

~~~

Meer leuks, voor wie wil:

Over de Warmterotonde lees je meer op http://www.warmopweg.nl/nieuws/eerste-stap-gezet-voor-warmterotonde/

Lijkt het je leuk om een keer met me mee te reizen? Dat kan wekelijks live naar Groningen en terug, of virtueel via mijn maandelijkse nieuwsbrief Mee op Avontuur.

Advertenties

Over Bruno van den Elshout

Kunstenaar
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Nieuws, Ontmoetingen, Op reis (of: ~ geweest), Synchroniciteit en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s