24 uur alle tijd van de wereld… en hoe dat deze keer was

Heb jullie m ook gehoord, die ene klap, midden in de nacht? Nou, reken maar. We dachten dat we het ergste achter de rug hadden, en schrokken ons een hoedje.

Bij het verzamelen aan de waterpomp, leek er nog weinig aan de hand. Het was vrij koel, niet zo benauwd als een paar dagen eerder om dezelfde tijd. Er leek niet veel spanning in de lucht te hangen. Eenmaal op het strand aangekomen, zagen we de zon in zee zakken. Af en toe afgeschermd door een wolkje, maar verder niks bijzonders.

Boven ons hoofd en achter ons zagen we wel al wonderlijke formaties. “Alpenwolken”, noemde ik ze aan mijn buurman. Strak afgetekende sluiers in lange banen. Donker en compact. Heel anders dan Nederlandse stapelwolken. Met zo’n vlakke onderkant, alsof ze dat met elkaar hebben afgesproken, of dat ze op een glasplaat liggen. En aan de bovenkant dan groeiende bloemkolen in bijna lichtgevend wit. Nee, dit was anders. En hoe anders: dat zouden we nog wel merken.

Rond het vuur
Samen met Henk-Willem, één van de 12 deelnemers aan deze editie, probeerde ik het vuur aan te maken, 50 meter achter de plek waar de andere deelnemers zich samen met mede-organisator Hanneke aan het installeren waren. Het vuur brandde weldra, en toen de zon achter de horizon was verdwenen en de theatervoorstelling bij Strandtent De Fuut afgelopen – vormden we een cirkel rond het vuur.

Tot zover was het droog.

Terwijl we bezig waren met de incheck, zag ik boven de Maasvlakte al wat flitsen. Mooi, zo in de verte. Fijn ook als het daar zou blijven, maar dat deed het niet. Ik spitste mijn oren. Konden we ook al gedonder horen, en met hoeveel tussentijd vanaf de flitsen? Ook het vuur maakte inmiddels aardig wat geluid, mede door de wind die er doorheen jaagde. Het duurde wel even voor het gerommel in de lucht herkenbaar anders werd.

Kleine druppeltjes.

En naderend onweer.

Een paraplu die er vandoor ging en een andere die binnenstebuiten wapperde.

Evacuatie
Deelnemer Job gaf duidelijk aan naar binnen te willen. Tijdens het gezamenlijke proces van het inchecken leek het Hanneke en mij daardoor wenselijk om met z’n allen een onderdak te zoeken. Bij De Fuut was het nog te druk. Bij De Kwartel, op 75 meter aan de andere kant van onze formatie, waren mensen juist bezig met de laatste schoonmaakronde. Maar dat hinderde niet: we waren er welkom en mochten gebruik maken van een apart gebouwtje waar anders ook wel bedrijfstrainingen en yoga worden gegeven. Daar zetten we onze incheck voort. Onze stoelen, kleren, hebben en houden – stonden allemaal netjes geparkeerd aan de vloedlijn.

Bij iedere volgende deelnemer die incheckte begon het harder te regen en te onweren. Het uitzicht op het strand was spectaculair. Het ene moment was het donker en zag je bijna niets, het andere moment was het hele landschap een fractie van een seconde zo helder verlicht als je het nooit eerder gezien had. En van die regen waarvan ik me van het kamperen van vroeger herinnerde dat ik dan dacht: “harder dat dit kan het niet regenen”. En dat dan toch bleek te kunnen. En dat om de zoveel minuten de hemel in stukken lijkt te breken, ook dat.

Maar goed, we waren binnen. Niet dat dat onder deze omstandigheden overtuigend veilig voelde, maar beter dan daar op het kale strand – dat was het zeker wel. De maaltijd die we anders rond het vuur genuttigd en gedeeld zouden hebben, peuzelden we nu op in het bijgebouwtje van De Kwartel.

Aansluitend op de incheck hadden we al melding gemaakt van de huishoudelijke mededelingen, in het bijzonder van de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid van deelnemers om goed voor zichzelf te zorgen. En dat dat zeker onder deze omstandigheden goed en belangrijk was om te doen.

Terug naar buiten
Tot mijn verbazing wandelde al snel de eerste deelnemer naar buiten om zijn plek in te nemen. Het was Jeroen, en het onweer was op dat moment nog lang niet uit de lucht. Laat staan de regen. Hij was goed aangekleed, dat wel. En hij had recent nog wel erger meegemaakt tijdens het zeezeilen. Bovendien was hij gekomen om ongeacht het weer 24 uur naar de horizon te kijken. En dus deed hij dat zodra hij de mogelijkheid zag.

Langzaam ‘druppelden’ ook de andere deelnemers één voor één naar de vloedlijn. Hanneke en ik verzamelden wat eten en verpakkingsmateriaal dat nog achtergebleven was, en meldden ons toen ook aan de vloedlijn. Het begin van een donkere nacht, die qua temperatuur niet per se heel koud was. Maar wel héél nat.

Door het vuurmaken en de evacuatie had ik namelijk zelf nog geen gelegenheid gezien om een regenbroek aan te trekken. Dat lukte daardoor pas bij terugkomst uit De Kwartel, waardoor ik 1) al heel nat was op het moment dat ik mijn regenbroek aantrok 2) dat ook nog eens deed in de stromende regen, wat ook niet bepaald hielp.

Met mijn natte broek in een regenbroek, in de stromende regen, aan de kop van een formatie van 14 m/v – in het donker. Daar zat ik dan. Het natte voelde eerst koud aan, maar nam na een tijdje en wat aarzeling mijn lichaamstemperatuur aan. Om die vervolgens mee te nemen in een duikvlucht. Dat ging niet goed. Op naar De Fuut, waar inmiddels alle festiviteiten ook al lang een breed afgelopen waren. Rugzak mee, met daarin droge kleding, want netjes verpakt in plastic zakken.

Regenbroek uit, natte broek uit. Nog steeds natte benen. Beetje wapperen. Lange thermobroek aan, regenbroek wat uitwapperen en die daarna toch weer aan. Twee dunne laagjes, maar altijd nog beter dan die hele natte broek. En een paar extra lagen voor het bovenlijf, want tot dan toe was ook dat alleen een T-shirtje. (Reden van die weinig kleding bij aanvang is de wandeling van de waterpomp naar het strand. Met alle bepakking en bezakking krijg je het daar heel snel heel heet van, dus het is handig om alle warme kleding pas later aan te trekken. Bovendien is het fijn om later in de nacht nog eens iets extra aan te kunnen trekken als je het koud krijgt, en dat je dan niet alles al aan hebt.)

Pauze
En wonder boven wonder werd het kort daarna (of misschien was dat wel voor die broekverwisseling – in de flow wordt de volgordelijkheid van gebeurtenissen ook wel eens vloeibaar) even droog buiten. Droog en donker. Een uur of twee ’s nachts misschien? Er vlogen scholeksters voorbij. Zien kon ik ze niet, horen wel. Van links naar rechts.

Een goed moment om te zien hoe het met het vuur was. Nou, dat was niet zo heel goed. Er was geen vuur meer. De vuurschaal stond vol water, dus die goot ik eerst leeg. Bij de eerste vuurmaakpoging hadden we niet alle spullen op hoeven gebruiken. En gelukkig had ik de moeite genomen ze goed op te bergen, al wist ik toen nog niet dat daar het hele vuur nog vanaf zou komen te hangen.

Met dank aan nieuwe aanmaakhoutjes en een stukje krant lukte het om een nieuw vuur te stichten. Na een tijdje konden we er zelfs de grote houtblokken op leggen, die al die tijd in de regen hadden gelegen. Aarzelend begonnen ze te branden. En gelukkig maar, want al snel kregen we een nieuw regengebied op bezoek. Niet zo heftig als de eerste, en dus bleef de schade – qua vuur – ditmaal beperkt tot heel veel gesis. En gloeiende stukjes hout die na het vallen van zo’n druppel even zwart werden om daarna toch weer verder te gloeien.

Tijd dan, om zelf maar eens naar de horizon te gaan kijken. Donker was het, ook daar. En mistig, al kwam dat ook doordat mijn bril beslagen was en ik zo zat ingepakt dat ik er ook nog eens tegen aan ademde. En na een tijdje merkte ik dat er van alles naar binnen druppelde. Aan de voorkant, in mijn kraag. Terwijl ik af en toe wegdommelde, zoog mijn wollen trui al het binnendruppelde water op als een spons.

Op de momenten dat ik wakker was, had ik het koud en baalde ik. Enigszins van mijn gepruts met de kleren, hoewel niet erg veroordelend. Wat me vooral bezighield was de vraag of en hoe ik het ooit weer warm zou krijgen. De nacht zou nog wel ophouden, maar de voorspellingen voor overdag bestonden ook uit heel veel regen, dus Wanneer dan, en Hoe. Zou ik er niet met z’n 14-en gezeten hadden, dan was ik mooi naar huis gegaan. Wat een waanzin – dat ik dat toch telkens weer opnieuw moet uitvinden.

Het zal ook rond die tijd geweest zijn dat ik dacht dat het onweer, en dus het echte gevaar, nu wel geweken was. Ik geloof dat ik naar het vuur wandelde, of weer terug. In ieder geval: midden op het strand stond.

Toen ineens de hele hemel oplichtte en in dezelfde moeite met een knal uit elkaar leek te barsten. Ik dook in elkaar, verbaasd dat ik niet sowieso al omgevallen was. Spoedoverleg. Ik weet niet hoe ik Hanneke vond of zij mij. In het donker is het sowieso altijd raden wie wie is, en zelfs overdag zijn mensen vaak zo ingepakt dat je hun gezicht niet kan zien.

Evacuatie #2. Naar De Fuut voor wie wilde. Dat waren een aantal mensen. Hanneke vergezelde ze. Dat betekende dat ik buiten moest blijven. Even bij het vuur, checken hoe iedereen daar er aan toe was want daar hadden de meeste anderen zich verzameld, alert op een volgende knal. Maar die liet lang op zich wachten. En bleef zelfs uit. Waardoor iedereen langzaam weer positie koos.

Ik sliep wat, en had het koud, koud. Wat een natte toestand. En plakkend zand en plakkende mouwen en soppende schoenen, ondanks de bivakzak. En mijn hele buik nat. Brrr…

Op enig moment maakte Jaap me wakker. Hij vertelde me dat deze omstandigheden niet goed voor hem waren en dat hij in zijn camper ging overnachten. Hij zou op een later moment tijdens de dag terugkomen. Het klonk mij als een goed idee.

Een nieuwe dag
En eerst bleef het nog lang donker, en werd het uiteindelijk langzaam licht. Magisch is dat altijd. Dat je je afvraagt of het echt lichter aan het worden is, of dat dat maar zo lijkt. Maar dat het dan toch echt zo is. En dat alles weer kleur krijgt. Eerst blauw. Dan grijs, en dan z’n eigen kleur. Ik weet niet meer of het nog regende. Wel dat de wind was aangetrokken, en gedraaid. Van noord – vanuit Scheveningen, naar noordwest – vanaf zee, naar zuidwest – vanuit Hoek van Holland. En dat ik nat was en koud. Dat het vloed werd, en we een paar meter naar achter moesten, maar dat Hanneke moedig stand hield. En dat de golven zich na een tijdje weer terug begonnen te trekken achter de zandbank.

Deelnemer Job meldde zich. “Ik overweeg serieus om ermee te stoppen”. Ik kon het me grandioos voorstellen, en dat vertelde ik hem ook. “Maar weet je wat, laten we een stukje wandelen. Ik weet van vorige keren hoe verbazingwekkend warm ik het daarvan kreeg, op momenten dat ik niet dacht dat ik ooit nog warm zou kunnen worden.” Hij stemde in en we wandelden een stukje in de richting van Kijkduin.

Toen we dat aan het doen waren, zag ik vanaf de trap bij De Kwartel Ehlana het strand op komen. Haar hadden we gevraagd om een groepsfoto van ons te maken, als herinnering voor later. Dat deed ze, en dankzij al die onderbrekingen had Job het toch weer warm gekregen. En dus besloot hij te blijven.

EhlanaPolgara_HorizonobservatieX_2019_Traktor

foto: Ehlana Polgara

Ongemerkt – door mij tenminste – was het opgehouden met regenen. En dat niet alleen, tegelijkertijd was de wind begonnen gaten in het wolkendek te trekken. Het kon niet anders, of we zouden de zon nog te zien gaan krijgen. En inderdaad. Eerst een eerste keer, een lichtbundel die we vanuit de verte naar ons toe zagen komen, en ergens rond dat tijdstip moet het ook geweest zijn dat er zich lange tijd een regenboog in ons gezichtsveld ophield. Maar regen is er sindsdien niet meer aan land gekomen.

Ik nodigde deelnemer Birgit uit voor een wandeling. Zij had het ook nat en koud gehad, maar zonder dat als problematisch te ervaren. Hoe dat onder andere kwam, bleek ook later toen Wim Hof ter sprake kwam. Eerder had ze ooit een jaar lang elke dag in zee gezwommen. Ja, dat helpt 🙂

Birgit vroeg of ze op enig moment tijdens de 24 uur ook een kopje koffie kon drinken in een strandtent. Ik antwoordde van ja, en stelde toen voor dat zelfs gelijk te doen. We waren juist bij Strandtent Zuid aanbeland, waar ik vorige zomer nog met een vast ritme van bijna drie keer per week aanmeerde als onderdeel van de wezenlijke ontmoetingen van toen.

We bespraken onze wederzijdse levens, gezeten op het plekje dat ik ‘het aquarium’ pleeg te noemen. In de hoek van het paviljoen, buiten, is een deel dat door drie glazen is omringd. Wind waait eroverheen, en regen vaak ook. En regenen deed het al niet meer, waaien nog wel, maar dat voelde we niet, en verder scheen de zon. Opwarmen, at last! Met de jas open, zodat ook mijn truien wat op konden drogen.

Het was wel weer even wennen om uit het aquarium te stappen en terug te wandelen naar de formatie, want toen hadden we de wind weer vol tegen. Maar de zon bleef aandringen en gaandeweg de ochtend ging het minder hard waaien. Sommige deelnemers hadden zich omgedraaid om de horizon even achter zich te laten, en de zon te verwelkomen. Het werd het langzaam lekker weer zelfs. Daar kwam Jaap weer aan, op zijn bredebandenfiets. En Marielle informeerde wie er zin had in een duik.

Zwemsters
Nou, alles leuk en aardig, maar ik was nog maar mijn opwarming voelde nog zo pril, en de rest van de dag nog zo lang en onzeker, dat ik er met liefde voor bedankte. Hanneke was al verder, en ook Margriet en Evelien waren zo stoer. Ik bekeek het vanuit mijn stoel.

Op enig moment kwam Amanda op bezoek, en dat was een vreugdevolle passage. Het zal ook rond die tijd geweest zijn dat het brandhout dat we hadden meegebracht, 12 zakken, opgeraakt was en het vuurtje uitgebrand. Gelukkig had Leo van De Fuut nog een container vol reservehout. En was de asmassa in de vuurschaal nog heet genoeg om het vuurtje snel weer brandend te krijgen.

Net nadat ik het vuurtje had opgepookt, zag ik Sanne komen aanwandelen. Met Elin aan de hand, en Marinthe op haar rug. Ze kwamen uit school, dan moest het dus een uur of half twee zijn. Ik vind het altijd erg fijn als Sanne en de kinderen op bezoek komen. Ik beleef het gerust als een, zoniet het, hoogtepunt van de dag. Het zwaaien bij aankomst, het gedagknuffelen, ze verwelkomen in de rust van het daar zijn en alle tijd hebben. Ze voorstellen aan wie dat leuk vindt. Een beetje met ze spelen. En dan wel jammer als ze weer weggaan, maar ook blij om er dan in rust nog van na te genieten.

Vrienden met de buitenwereld
Sanne, Elin en Marinthe werden afgelost door Marion. Zij kwam ons een labyrint cadeau doen, net zoals ze dat ooit ook deed bij de tweede editie. Twee zelfs dit keer, een klassieke en een hart. Ik liep de klassieke. Trok met die bedoeling mijn schoenen uit en er ging een wereld voor me open. De buitenwereld was tot dan toe vijandig geweest of geworden. Om me voor af te sluiten, uit lijfsbehoud.

Maar met blote voeten voelde ik dat het zand zacht was, en warm geworden. Wat ik natuurlijk had kunnen bedenken, maar in de overlevingsmodus was ik daar niet aan toegekomen. Nu wel. En dan leek een duik in zee ineens ook heel goed tot de mogelijkheden te behoren. Marielle was er nog eens voor te porren en bij ons voegde zich Birgit. Even was het koud – natuurlijk, 12 graden is niet warm – maar uiteindelijk heerlijk. Erin lopen, doorlopen, doorlopen, doorlopen, het een paar keer uitschreeuwen en uitbriesen. Om dan langzaam te synchroniseren. En dan wordt het langzaam heerlijk. Ik bleef er dus ook een heel tijdje in.

En alle tijd daarna ik het warm gebleven op het strand. Tot heet aan toe. Weg zorgen. Alles opgedroogd, niks meer aan de hand. Tijd voor een slaapje.

Om vervolgens gewekt te worden door Eric. Eric: ontwerper van de boekenwieg, en goede vriend van Mario, recordhouder horizonobservaties met 7 deelnames op 10. Maar deze keer niet van de partij. Indirect dus gelukkig alsnog.

EricdeKeizer_Horizonobservatie-Voorjaar2019.jpg

foto: Eric de Keizer

Eric cirkelde een paar keer rond onze formatie. Er werd nog eens gezwommen maar niet door bij, het bleef zonnig. Almaar door tot het einde aan toe.

Verslapte aandacht
Een uur voor zonsondergang leek het me de moeite waard om een gesprekje aan te knopen met deelnemer Stefan. Ik deed dat, achteraf bezien, niet zo handig. Want: in de formatie aan de vloedlijn, waar we het nu juist zo graag stil hebben. En dan betrok ik bij dat onderonsje ook nog eens zijn buurman Jeroen.

Een interessant gesprek was het zeker wel. Over het verschil tussen toevalligheid en waarschijnlijkheid (namelijk: het aandeel dat je zelf kunt nemen in wat je overkomt cq teweegbrengt), en het verschil in hoeveel vrijheid NEW HORIZONS de aanschouwer biedt, en hoe weinig Whatever the Weather dat zou doen. Waar ik het niet mee eens ben, maar het lukte met niet om mijn visie aannemelijk over te brengen. Juist toen we in die impasse geraakten, mengde ook Jaap zich in ons gesprek en werd het me te ingewikkeld voor het moment en de gelegenheid. Dat we al die tijd de formatie gestoord hadden, daarvan was ik me nog niet eens zozeer bewust. Hoe dan ook, was het een goed moment om mijn stoel nog eens op te zoeken, helemaal aan de andere (linker-)vleugel van de formatie.

Ik deed het gesprek nog wat nazoemen, en kwam op het idee om Stefan uit te nodigen op een later moment nog eens samen naar de portretten te kijken. Op papier, bovendien zijn specialiteit. En te zien wat hem dán gewaar wordt. Daar was hij voor in, en dat gaan we dus doen.

Langzaam zakte de zon naar de horizon. Zouden we m in zee kunnen gaan zien zakken? Ja! Dat gebeurde. Tot het laatste stipje. Met een kleurenwaaier vol gradients en anders moois. Achtergrondmuziek kregen we cadeau van de voorstelling bij De Fuut. Dezelfde als de avond ervoor, wat ons fijntjes herinnerden aan de complete cyclus die we hadden afgelegd. Had ik dat niet gedaan, dan had ik de muziek irritant gevonden op zo’n verstillend moment. Nu passeerde het gemakkelijk, kwam het aanrollen alle golven in 24 uur tijd al hadden gedaan. Niets om je druk over te maken.

Terug rond het vuur
Ook nadat de zon achter de horizon was verdwenen, bleef het lang mooi en kleurrijk. We hadden er nog wel 24 uur kunnen blijven zitten, maar deden dat niet. Voorzichtig aan begonnen mensen hun tassen in te pakken, en verzamelden we ons weer rond het vuur.

Op het oog was daar nog weinig van over, maar het was een fluitje van een cent om het met de laatste kleine houtjes en wat vers aangeblazen lucht weer te laten ontvlammen. Te delen wat we beleefd hadden. Gemeenschappelijke momenten, maar ook hele persoonlijke. Verrassende. Situatie-tjes die in de maalstroom van alledag kopje onder zouden gaan, maar bezien vanuit vertraging en nu in het licht van de onderhavige ervaring ineens als bijzonder ervaarbaar zijn. En het gevoel ook dat je een deel van die bijzonderheid kunt besluiten te ervaren. Hoe weinig daar in de buitenwereld voor nodig is.

Landing en integratie
Na het uitchecken schepte iedereen een hand zand in het vuur. Dat was snel gedoofd, al bleef er na het omkeren van de vuurschaal nog een tijd lang rook uit het zand opstijgen. Vanuit de cirkel wandelde iedereen voor de laatste keer naar zijn/haar plek. Om alle spullen bij elkaar te rapen. In een soortgelijke bonte stoet als waarin we het strand een etmaal eerder betraden, zo wandelden we er nu weer vandaan. Terug naar de waterpomp waar ons avontuur begonnen was. Terug in de bewoonde wereld, met de geluiden van de stad, onze eigen stemmen ook weer. En het afscheid. Van elkaar, van gezamenlijkheid en van de ervaring.

Die wederom onvergetelijk was, verrijkend en verruimend.

(Marlies ontmoette een paar dagen later dichter Sjaak Kroes van De Woordenwisseling. Hij schreef dit mooie gedicht over wat zij hem vertelde:

SjaakKroes_Horizonobservatie


 

Wat je na het lezen van dit verhaal kunt doen:

Mocht je een volgende editie van de 24-uurs horizonobservatie zelf willen meebeleven, die is tijdens de komende herfstequinox, op zondag 22 en maandag 23 september. Ik organiseer m wederom samen met Hanneke. Hier lees je de officiële aankondiging.

Vind je het leuk iemand anders te horen vertellen over hoe het is om een observatie mee te beleven? In 2018 publiceerde de Volkskrant de belevenissen van Maarten van Gestel, die toen meedeed aan de voorjaarseditie. Zijn verhaal kun je hier lezen.

Op de hoogte blijven van minder intensieve ontmoetingen waarmee ik ook uitnodiging tot wezenlijke ontmoeting en het beleven van rust en ruimte? Dan kun je je hier aanmelden voor de nieuwsbrief Mee op Avontuur.

Over Bruno van den Elshout

Kunstenaar
Dit bericht werd geplaatst in Horizonexpedities, Nieuws, reisverslag, Synchroniciteit, Ter deling, wezenlijke ontmoeting en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s